maandag 21 januari 2013

Boekverslag Dorp aan de Rivier, Florine Bekkering 6


Dorp aan de rivier
Anton Coolen
Nijgh h & van Ditmar
Eerste druk 1934, juni 2007
231 bladzijdes
ISBN 9038890095

Streekroman

Samenvatting
Deze streekroman vertelt het verhaal van de bewoners van een het dorpje Lith langs de Maas. Antiheld is de plaatselijke dorpsdokter Tjerk van Taeke, die zich al jarenlang met hart en ziel inzet voor de gezondheid van zijn dorpsgenoten. Maak deze man echter niet kwaad, want dan komen er problemen. Andere personages zijn de stroper Cis de Dove, de niet erg snuggere boer Piet den Oudendijk en de aan syfilis lijdende vrouw Mammeke.

Kenmerken Streekroman.
In dit boek wordt de wereld niet veel groter weergegeven dan het dorp Lith. Bij sommige zaken moet er van hogerehand worden ingegrepen. Dan wordt Den Bosch wel genoemd, maar deze stad wordt verder buiten beschouwing gelaten.
Voor de dorpelingen speelt de wereld zich af binnen een straal van 30 km, de nadruk van het boek ligt op de eigen omgeving. De omgeving in dit boek wordt eigenlijk aangegeven aan de hand van tot waar de dokter zijn praktijk heeft.
Hij is de dorpsdokter, dus iedereen die zijn patient is hoort nog bij het dorp.
Dingen of mensen van buiten daar moeten ze niet zo veel van hebben (zoals de plaatsvervangend dokter uit de stad)
De dorpse sfeer speelt door heel het boek heen. Het ons kent ons gehalte is zeer hoog, iedereen in het dorp houdt elkaar goed in de gaten.
Er worden ook verhalen verteld in het boek die in Lith al generaties lang rondspoken. Zoals het verhaal van de achthonderjaar oude snoek.
Zo geeft ‘Dorp aan de rivier’ goed weer hoe het in een dorp eraan toe gaat.

Mijn Mening
Het is aan het boek te merken dat het in een andere tijd speelt. Toch bevat het verhaal soms verrassende elementen. Het algehele verhaal is misschien dan wel voorspelbaar, er gebeuren toch nog onverwachte dingen.
Het boek is niet moeilijk om te lezen, maar het is niet een boek wat je niet kan wegleggen omdat het te spannend is. De gebeurtenissen zijn aardig beschreven, maar het verhaal grijpt niet meteen je aandacht. Toch is het leuk om een iets ouder boek te lezen.

Samenvatting
http://www.canonbrabantseletteren.nl/uw-recensie/dorp-aan-de-rivier-doorstaat-tijd-niet

donderdag 3 januari 2013

Boekverslag Rituelen, Florine Bekkering 6


Rituelen
Cees Nooteboom
De Bezige Bij
Eerste druk 1980, vierentwintigste druk 2010
147 bladzijdes
ISBN 9789491041181

Psychologische roman

Samenvatting
Het boek is verdeeld in drie delen.
1. Intermezzo (1963):
Inni leefde van geërfd geld, handelde af en toe in schilderijen, schreef de horoscoop in het Parool en volgde de beurs op de voet. Acht jaar geleden had hij Zita ontmoet tijdens een fototentoonstelling. Inni hield erg veel van haar, maar ging ook vreemd. Zita raakte zwanger, maar omdat Inni erg bang was voor veranderingen, had ze het laten weghalen. Zo begon de vervreemding tussen hen beiden. In 1963 leerde Zita een Italiaan kennen, die een foto van haar maakte voor het blad Taboe. Zita bleef nog een tijdje bij Inni, omdat ze zijn angst voor chaos kende. Maar op een dag in november vertrok met haar minnaar naar Italie.
Inni probeerde zelfmoord te plegen zoals hij dat zelf in de horoscoop voor de Leeuw, zijn sterrenbeeld, had voorspeld, maar het mislukte. De dag erna las hij in de krant dat de koersen op de beurs zakten, omdat Kennedy was vermoord. "Er waren verwarde tijden op komst."

2. Arnold Taads (1953):
In het begin van de jaren '50 woonde Inni in Hilversum op kamers in een groot koloniaal huis. In de lente van 1953 kwam zijn tante Therese op bezoek, die hem mee nam naar Arnold Taads, haar vroegere minnaar. In Taads huis heerste een orde die angstaanjagend was. Tijd was voor Arnold Taads de vader van alle dingen. Ze maakten een wandeling waarbij Taads over skiën vertelde, over zijn haat jegens de wereld, over zijn afvallen van het geloof en over Sartre's existentialisme. Daarna vertelde Taads over de Wintrops, die volgens hem twee kwalen hadden: ze kenden geen grenzen, en ze weigerden te lijden. 
Een paar dagen daarna gingen Arnold Taads en Inni een weekend op bezoek bij tante Therese. Taads zou regelen dat tante Therese Inni voortaan geld zou geven, zodat hij niet meer naar kantoor hoefde. Behalve Inni, Arnold Taads en tante Therese waren ook de oom en monseigneur Terruwe, geheim kamerheer van de Paus, aanwezig. Er ontwikkelde zich een discussie over de Kerk en God. Terruwe sprak volgens de dogmatiek van de Kerk. Taads noemde zich collega van al het bestaande. De discussie liep uit op een huilbui van tante Therese en een valpartij van de oom. 
Dat weekend werd Inni verliefd op het dienstmeisje Petra. In de jaren die volgden zag Inni Arnold Taads nog regelmatig. Elke winter ging Taads naar Zwitserland om te skiën. Daar stierf hij in de winter van 1960, precies zoals hij het Inni eens beschreven had.
3. Philips Taads (1973):
Inni was nu veertig jaar. Na Zita had hij een verhouding met een actrice gehad, maar nu woonde hij alleen. Op een junidag, de dag dat hij Philip Taads zou ontmoeten, zag hij drie duiven: de dode, de levende en de verdoofde. De dode duif had hij samen met een meisje begraven, waarna hij met haar naar bed ging. Daarna ging Inni naar Bernard Roozenboom, een handelaar in kunst. Inni liet hem een ets zien, die Roozenboom herkende als een Balduindi. Inni had ook nog een Japanse prent, maar daarmee moest hij naar Riezenkamp gaan. Daar leerde Inni Philip Taads kennen, die voor de etalage naar een raku-kom stond te kijken. Inni ging met Philip mee naar zijn kamer. Philip vertelde dat hij een droom had: hij wilde zichzelf verlossen. Het benauwde Inni allemaal; hij wilde niet met lijden geconfronteerd worden. Toch bezocht hij Philip Taads in de volgende jaren regelmatig. 
Vijf jaar later belde Riezenkamp Inni op met de mededeling dat hij een klassieke raku-kom op de kop had getikt. Philip Taads zou komen kijken. Taads kocht de kom voor veel geld, en nodigde Riezenkamp en Inni een tijdje later uit voor de theeceremonie. Taads voerde in een volkomen stilte allerlei handelingen uit die tot de theeceremonie behoorden. Inni moest aan het laatste avondmaal denken. Na uit de kom gedronken te hebben, liet Philip Taads hen uit zonder iets gezegd te hebben. Drie weken later werd Inni opgebeld door de hospita van Taads. Samen met Riezenkamp ging hij naar Taads kamer. Daar lag de raku-kom in scherven op de grond. Een paar dagen later bleek dat Philip Taads zich verdronken had.

Verwachtingen
De enige voorbereiding die ik voor het lezen van het boek getroffen had, was het lezen van de achterkant. Daar werd het beschreven als
‘Een boek dat gestaag gegroeid is naar de status van moderne klassieker. Rituelen heeft een belangrijke rol gespeeld bij de internationale doorbraak van de Nederlandse literatuur.’

Motief en thema
Een belangrijk motief is de tijd. Het boek is verdeeld in drie tijdsbestekken van elk 10 jaar. Voor Inni is de tijd moeilijk bij te benen, hij wordt ouder en de wereld om hem heen blijft veranderen. Daar heeft hij geen grip op, de tijd is moeilijk voor hem te omvatten.

“Het is een eigenaardigheid van tijd, dat hij later zo compact lijkt, een ondeelbaar massief voorwerp, een gerecht met maar een geur en een smaak.” (blz. 17)

Arnold Taads ziet de tijd als houvast, hij houdt een strak schema aan en wijkt daar niet vanaf. Dit is zijn manier van bestaan, van overleven.

“In de jaren die volgden zag hij Arnold Taads regelmatig, altijd volgens hetzelfde ritueel, wandeling, leesuur, goulash, altijd in dezelfde bittere atmosfeer van zelfopgelegde, dodelijke eenzaamheid, die verergerd werd door een toenemende, maniakale slapeloosheid.” (blz. 87)

Zo heeft hij wel grip op zijn tijdbestedingen, maar ook op de tijd kan hij geen vat krijgen.
Een ander motief is schikking en dan met name zelfbeschikking.
Inni heeft niet een alledaagse levensstijl. Hij vult zijn dagen hoe hij dat zelf wil omdat hij niet hoeft te werken. Hij rommelt een beetje aan en beschikt daar zelf over. Als daar plotsklaps een einde aan lijkt te komen door het vertrek van zijn vrouw, probeert hij zichzelf van het leven te beroven. Hij kiest hier dus weer voor zijn eigen pad.

Het thema in het boek is zoals de titel al doet vermoeden, rituelen. Op Inni hebben de rituelen van vroeger in de kerk indruk achter gelaten. Hij geloofde niet in God maar hij had wel het klooster in gewild, uitsluitend voor de theatrale, uiterlijke kant. Het fascineerde hem dat voor de kloosterlingen, de rituelen wel diepere betekenissen hadden.
Inni aanschouwt ook de rituelen van Arnold en Philip. De theeceremonie van Philip die hij mag bijwonen interesseert hem zeer, maar de betekenissen van de handelingen kent hij niet.
Bij Inni gaat het bij rituelen om de uiterlijke vorm, de uitvoering. Op het moment dat hij een duif begraaft, gat graven duif er in, is hem dat te doen om het ritueel er van. Niet zozeer om de duif een laatste rustplaats te geven.

Eindbeoordeling
Dit boek komt op mij over als een boek met een diepere gedachte, maar voor mij is die niet geheel duidelijk. Het voelt aan alsof het zou willen aanzetten tot dieper nadenken, maar ik weet niet goed waarover. Misschien omdat het niet een duidelijk verhaal bevat. Het is eerder de beschrijving van het leven van Inni Wintrop over het bestek van 20 jaar. Dat is ook wat het maakt tot een boek waar je niet snel inkomt met lezen. Het is geen verhaal maar een beschrijving, daarom doet de schrijver geen extra moeite om spanning te creëren, dat is niet nodig. Desondanks vond ik het de moeite waard om te lezen, zeker omdat Nooteboom mooi gebruik maakt van de taal.

“Buiten begonnen auto’s te toeteren. Ergens zat een vrachtwagen vast, en de mensheid, die nog niet zo lang geleden met een elegante sprong naar de maan was gevlogen, uitte haar ongenoegen met de woedekreten van een orang-oetan die geen banaan kan vinden.” (blz. 125)


Samenvatting: http://www.cyberschool.nu/school/boekverslagen/nederlands/noteboom_rituelen.html