maandag 31 december 2012

Boekverslag Eline Vere, Florine Bekkering 6

Eline Vere
Louis Couperus
Uitgeverij L.J. Veen
Eerste druk 1987, veertiende druk 2009
538 bladzijdes
ISBN 9789491041150

Naturalistische Roman

Samenvatting
De roman speelt zich voor een groot deel af in de Haagse “coterie” aan het eind van de vorige eeuw. Een vaste kring van mensen uit dezelfde hogere klasse maakt visites bij elkaar, geeft een dineetje of een soirée, gaat naar de opera of naar het Kurhaus in Scheveningen.

Eline Vere woont bij haar zus Betsy, die getrouwd is met Henk van Raat; ze hebben een zoontje, Ben, die wat achterlijk is. Henks moeder, de oude mevrouw Van Raat (Dora) heeft na het overlijden van haar man een eenzame oude dag. Haar zoon Paul, die bij haar woont vormt een vrolijk clubje met zijn nichtjes Lili en Marie Verstraeten en de twee jongste telgen van de adellijke familie Van Erlevoort: Etienne en Frédérique. Aan het grote huis aan het Voorhout woont de weduwe Van Erlevoort met de twee genoemde kinderen en haar zoon Otto en dochter Mathilde, De oudste zoon, Théodore, woont op het Gelderse familielandgoed de Horze, zomers komt de hele familie daar bijeen.
De gebeurtenissen in de roman spelen zich voor een belangrijk deel af in de huizen van bovengenoemde families.
De roman begint op een avond in november. Eline is niet met haar zuster en zwager meegegaan naar de verjaardag van de heer Verstraeten, wiens kinderen en vrienden prachtige tableaux vivants opvoerden. Eline is in een melancholieke bui, wat wel vaker voorkomt. Ze is ontevreden met haar doelloze, nutteloze bestaan. De volgende dag voelt Eline zich opgeknapt. ‘s avonds gaan Eline, Betsy en broer en zus De Woude naar de opera. Er zingt een nieuwe bariton: Théo Fabrice. Eline probeert de anderen niet te laten merken dat ze nogal onder de indruk is van zowel de opera als de zanger. 
Eline koestert haar geheime hartstocht voor Fabrice. Ze droomt al van een opwindend leven aan zijn zijde. Ze gaat zo vaak mogelijk naar de opera en verzamelt plaatjes met zijn portret. Aan haar liefde komt abrupt een eind als ze hem zonder de flatteuze operakleding ziet optreden tijdens een concert. Elines teleurstelling is hevig, maar ze heeft niet lang de tijd verdrietig te zijn, want op een voorjaarsdag vraagt Otto van Erlevoort haar zijn vrouw te worden. Eline twijfelt: ze vindt Otto erg sympathiek, maar ze voelt geen hartstochtelijke liefde voor hem. Tijdens een avondje met enkele intieme vrienden voelt ze zich echter gedreven door een onzichtbare macht en ze stemt toe in een huwelijk. Vanaf dan voelt ze zich steeds rustiger en gelukkiger worden. In de zomermaanden die ze met Otto op de Horze in Gelderland doorbrengt, bereikt haar geluk een hoogtepunt. Ze voelt zich gezonder, vrolijker, oprechter en meer zichzelf dan ooit te voren.. Op een nacht huilt Eline van geluk en ze bidt tot God dat het altijd zo mag blijven. Later noemt ze dit het keerpunt; de gedachte dat het mogelijk een keer afgelopen zou zijn met haar geluk, zaaide een kiem van twijfel, die niet meer weg zou gaan.
Weer thuis komt Otto bijna elke avond dineren. Op een dag wordt Elines neef Vincent ernstig ziek. Eline verpleegt hem in de weken daarna zorgzaam. Ze vindt Vincent eigenlijk een interessanter persoon dan Otto. Voor Otto voelt ze af en toe onverschilligheid, wat ze wanhopig probeert tegen te gaan: ze hield op de Horze zo innig veel van hem! Op een avond maakt ze met Betsy ruzie over Vincent en daarna vaart ze driftig uit tegen Otto: ze wordt dol van zijn eeuwige kalmte. Otto koestert nog hoop, maar na enige tijd schrijft Eline hem een brief waarin ze het uitmaakt. Ze voelt dat als haar plicht, omdat ze hem nooit gelukkig zal kunnen maken. Oom Daniël Vere komt Eline opzoeken en vraagt of ze met hem en zijn jonge vrouw Elize die winter op reis wil gaan. Eline stemt toe; ze ziet Parijs, Nice, Spanje, Bordeaux en woont ook een tijdje bij hen in Brussel. Pas na anderhalf jaar komt ze terug in Den Haag, moe van het opgeschroefde leventje met haar oom en tante. Ze is sterk vermagerd en heeft iets schichtigs en nerveus over zich gekregen. Ze eet weinig, drinkt veel, en heeft aan haar kou een naar hoestje overgehouden. Dokter Reijer constateert het begin van longtering. Hij vertelt de oude mevrouw Van Raat, bij wie Eline haar intrek heeft genomen, dat het meisje niet alleen lichamelijk ziek is. Hij hoopt dat mevrouw Van Raat met haar goede zorgen de geknakte bloem weer zal doen opbloeien. De oude vrouw is blij eindelijk weer een doel in haar leven te hebben, maar na een tijdje ziet ze in dat ze Eline niet kan helpen. Eline voelt zich een ruïne, van binnen en van buiten. Ze heeft haar geluk moedwillig weggegooid (de brief aan Otto) en kan nooit meer gelukkig worden. Ze verafschuwt het nutteloze leven en de huichelarij van de mensen.
Tot beider spijt vindt Eline bij mevrouw Van Raat niet de rust die ze gehoopt had en ze vertrekt weer naar Brussel, waar ze met oom Daniël en tante Elize naar allerlei dubieuze feesten gaat. Op een dag in december komen Vincent en zijn vriend Lawrence St. Clare, die samen een grote reis gaan maken, Eline, oom en tante opzoeken. Eline voelt grote sympathie voor de kalme, oprechte en wilskrachtige St. Clare, die haar aan Otto doet denken. Na enkele ontmoetingen vraagt St. Clare haar zijn vrouw te worden; hij is vast van plan haar weer lust in het leven te geven. Wanhopig weigert Eline en vertelt van Otto, die ze ongelukkig heeft gemaakt en die altijd tussen hen in zal staan. St. Clare vraagt haar om niet ondoordacht voor de tweede keer haar geluk weg te gooien en hem pas te antwoorden als hij over vijf maanden terugkomt van zijn reis. Ze gaat weer terug naar Den Haag, waar ze haar intrek neemt in een pension. Ze slikt regelmatig druppels morfine ter bestrijding van baar slapeloosheid. De morfine helpt niet erg en in haar half doorwaakte nachten wordt Eline gekweld door nachtmerries. Overdag voelt ze een matheid en een dofheid in haar hoofd die haar verhinderen goed door te denken over allerlei dingen. Ook haalt ze steeds vaker herinneringen door elkaar en verwart ze Otto en St. Clare. Soms zingt ze koortsachtig gedeelten uit een opera en verbeeldt ze zich dat ze actrice is. Ze is bang dat ze gek aan het worden is. Op een avond ziet ze zo tegen een slapeloze nacht op, dat ze een te grote dosis morfinedruppels neemt. De volgende dag wordt ze dood in haar kamer gevonden.

Verwachtingen
Dit dikke boek sprak mij na het lezen van de flaptekst niet meteen aan, voornamelijk omdat ik het me voorstelde als een doorsnee boek over het leven van een verwend meisje. Ik betwijfelde of het me 500 pagina’s zou kunnen boeien.
Mijn verwachting was dat het een beschrijving was van het leven van een Haags meisje en haar zoektocht naar een goede partij om mee te trouwen. In de flaptekst werd gesproken over ‘haar angst voor de werkelijkheid’ waardoor zij ‘zich verliest in dromerijen, waarna de angst alleen maar verhevigd terugkomt.’ Hier kon ik geen beeld van vormen en was daarom benieuwd naar de invulling die de schrijver daaraan zou geven.

Motief en thema
Een motief is milieu. De luchtige toon van het boek afgewisseld met serieuzere stukken, is een mooie vormgeving voor het milieu waarin de personages zich bewegen. Zelf vinden ze dat ze druk bezig zijn en veel te doen hebben, maar eigenlijk is het heel leeg. Op de vele feestjes en bijeenkomsten praten ze alleen maar over elkaar en hoe iedereen eruit ziet. Het is een mooi omhulsel waar niks inzit. Couperus geeft een mooi doorkijkje hun wereld zonder het te idealiseren. Hij probeert het zo te weergeven als het er werkelijk aan toe zou gaan.

Een ander thema is wispelturigheid. Eline wisselt continu van wat ze wil en hoe ze wil zijn. Voor de lezer is het moeilijk bij te benen om te snappen wat er dan weer aan de hand is, maar het lijkt soms ook alsof Eline dat zelf nauwelijks kan bevatten.

“Want zij wilde voortaan droef stil en moe zijn; zij zou zich voortaan niet meer opschroeven tot eene schitterende vrolijkheid, zoals zij onder die vreemden had moeten doen, zoals, nog een paar dagen te voren.” (blz. 367)

Hier spreekt ze van haar keuze om niet meer opgewekt te zijn, terwijl twee bladzijdes later ze weer zichzelf schijnt te zijn bij het weerzien van een oude vriendin.

Hartstochtelijk omhelsde Eline haar en zij verborg heur gloeiend kopje aan mevrouwtjes borst.
- O, daar moet u niet op letten! Ik ben wat moe van de reis; ik ben wat bleek, zeker? U zal het zien, zodra ik eenigen tijd bij u ben, zie ik er weer gezond en frisch uit... u zal het zien! Zij lachte mevrouw toe door hare tranen en zij kuste haar steeds, nu hare wang, dan hare oude gerimpelde hand.” (blz. 369)

Het thema in het boek is noodlot. In de Haagse kringen uit die tijd lijkt iedereen aan hetzelfde noodlot te worden onderworpen. Het vervullen van een verwachtingspatroon dat de oudere generatie heeft. Eline is hier eerst zelf ook erg mee bezig, ze besteed veel aandacht aan haar uiterlijk vertoon en wil door iedereen aardig gevonden worden.

 Maar haar stemming slaat vaak om, dan is ze ineens niet meer tevreden met haar simpele leventje en wil ze niet meer. Ze vecht tegen haar eigen noodlot, ook al kan ze hier niet aan ontkomen.

Ruimte
De roman speelt zich grotendeels af in de Haagse kringen van de gegoede middenstand. De feestjes en dineetjes wisselen elkaar af en Elines zenuwachtigheid komt duidelijk naar voren. Ze verveelt zich snel en is wispelturig. Na haar verloving met Otto brengt ze een zomer door op het Gelderse platteland. De rust en de liefelijke omgeving hebben duidelijk invloed op haar welzijn. Het contrast van de drukke stad en het rustige platteland is dus duidelijk te merken in de verandering van karakter van Eline.
Als ze daarna ook nog eens op reis gaat met haar oom en tante, komt ze helemaal uitgeput en in de war terug van deze onrustige tijd.
Voor Eline is een verandering van ruimte in het boek ook een verandering voor haar persoonlijkheid en haar gemoedstoestand.

Naturalistische kenmerken
Het boek van Couperus bevat veel naturalistische elementen.
Erfelijkheid speelt een belangrijke rol. Vaak wordt beschreven hoe Eline lijkt op haar vader en haar zus Betsy lijkt op hun moeder. De eigenschappen van deze ouders zetten zich voort in hun kinderen.
Elines vader was al vroeg gestorven en de geschiedenis herhaalt zich. Het is, lijkt het wel, erfelijk bepaalt.
Verder is de hoofdpersoon Eline Vere een nerveus, zwak persoon. Ze is zeer dromerig en verliest zichzelf nogal eens in haar eigen fantasieën, waardoor ze het voor zichzelf soms lastiger maakt en uiteindelijk haar verlangens niet worden bevredigd.
Daarnaast is de hoofdpersoon Eline gelijk aan de alledaagse mens. Ze staat er niet boven.
Verder speelt, naarmate het verhaal vordert, de ontnuchtering van de hoofdpersoon een belangrijke rol.
In het begin is Eline nog heel erg bezig met haar uiterlijk en presentatie. Ze denkt enkel aan oppervlakkigheden. Ze is veel bezig met wat anderen van haar denken en hoe ze overkomt op mensen. Aan het einde van het boek, vindt ze dat volstrekt niet meer interessant en maakt het haar niet meer uit hoe ze er uit ziet. Ze is sterk vermagert en geeft niet meer om kleding. Daarnaast gedraagt ze zich niet meer volgens de normen van wat sociaal wenselijk is, het maakt haar niet meer uit wat mensen van haar denken.

Eindoordeel.
Het is een dik boek en ik kwam er niet makkelijk doorheen. De schrijver neemt de tijd om het verhaal op te bouwen en dat was voor mij de reden dat het niet altijd even interessant over kwam. Zeker het begin van het boek is ingewikkeld met veel personages maar verder gebeurt er vrij weinig.
Daarnaast kon ik me niet goed inleven in de hoofdpersoon. Haar gedachtegang was soms moeilijk te volgen en ook zeer verschillend.
Je moet goed weten waar je aan begint als je dit boek zou willen lezen en het is makkelijk om halverwege op te geven. Dus ik zou het niet aan iedereen aanbevelen, maar misschien is dat ook wel weer een deel van de charme, dat het niet voor iedereen is weggelegd.


Samenvatting: http://www.scholieren.com/boekverslag/60853

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen