donderdag 31 mei 2012

Verwerkingsopdracht Verlichting 'De kleine gedichten voor kinderen' Hieronymus van Alphen

‘De kleine gedichten voor kinderen’ van Hieronymus van Alphen is representatief voor de verlichtingsliteratuur


Dit werk van Hieronymus van Alphen dat hij in 1778 uitbracht is een dichtbundel met zeer veel verschillende kleine gedichtjes. Het is een bundeling van 3 boeken die hij eerder uitbracht. De gedichtjes lezen snel en zijn makkelijk te doorgronden omdat ze speciaal voor kinderen zijn geschreven.

Hij schreef de werken voor zijn drie zoontjes, voor wie hij in zijn eentje zorgde, nadat zijn vrouw was overleden. Het werk is geschreven aan het einde van de periode van de verlichting en bevat veel kenmerken die er op wijzen dat het representatief is voor de verlichtingsliteratuur.

Een aantal kenmerken van de verlichting (van ongeveer 1670-770) zijn:
- De houding ten opzichte van de opvoeding van kinderen verandert drastisch. Het Spartaanse regime waar kinderen voor de verlichting aan werden onderworpen, was niet meer van die tijd.
- De natuurlijke goedheid van de mens. De burger moet zijn gezonde verstand gebruiken en zo zijn goede aard voortzetten.
- In de verlichting werd geprobeerd alle mensen te beschaven tot goede burgers. Ook wel gesproken over de vrijheid van de mens om zijn eigen intelligentie te gebruiken.

Voor de periode van de verlichting werden kinderen gezien als minivolwassenen. Er werden hoge eisen aan ze gesteld, voornamelijk de kinderen van gegoede burgers. Buitenspelen of tikkertje doen was er niet bij. In de tijd van de verlichting veranderde dat. De verlichting streefde naar een zo natuurlijk mogelijke leefwijze. Er werd eindelijk aandacht besteed aan de belevingswereld van het kind en ze mochten zich nu wel uitleven. Dit kenmerk is terug te vinden in het gedichtje ‘Het kinderlijk geluk’.

‘Ik leef gerust;
Ik leer met lust;
Ik weet nog van geen zorgen.
Van 't speelen moe,
Sluit ik mijn oogjens 's avonds toe,
En slaap tot aan den morgen.’

Er wordt gezegd dat het kind nog onbewust van zijn zorgen en moe van het de hele dag spelen, ’s avonds gaat slapen. Dit is een duidelijk voorbeeld van dat het kind nog niet wordt lastig gevallen met alle grote mensen kwalen. Het kind mag nog kind zijn.

In de verlichting bestond ook de opvatting dat de mens van nature goed is en dat hij een goed mens kan blijven door middel van zijn gezonde verstand.
Daar is hier ook sprake van want in het gedichtje staat ‘Ik leef gerust; ik leer met lust’. Het kind leeft dus volgens dit gedichtje kennelijk op een goede manier. Omdat kinderen zo puur zijn, waar nog weinig aan verpest is, zeker jonge kinderen spreekt men hier van de goede aard van de mens. Door het ‘leren met lust’ zoals het hier wordt genoemd, zal die goedheid zich  voortzetten.


In de verlichting werden veel werken gepubliceerd met didactisch-moralistische onderwerpen. Alsof de lezer een verhaal werd verteld ondersteund door een opgeheven wijsvingertje. Het doel hiervan was de lezer goed op te voeden. Hij werd informatie bijgebracht over wetenschap, literatuur, omgangsvormen en meer. Zo werd hij een beschaafd mens. Een beschrijving hiervan is te vinden in het gedichtje ‘Het vrolijk leeren’

Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen,
En waarom zou mij dan het leeren verveelen?
Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak.
Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken;
Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken,
't Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.

Het kindje beweert dat hij meer plezier beleeft aan leren dan aan spelen. Hij verruilt liever z’n hoepel en priktol voor boeken. Hij zegt ‘mijn leeren is speelen.’ Het verveelt hem niet en ziet het leren en het onderwijzen juist als spelen, wat hem plezier geeft. Hij brengt het liefst de tijd door met z’n neus in de boeken. Dit is een goed voorbeeld van de verlichting, want de persoon in het verhaal, in dit geval het kind. Wil zichzelf kennis bij brengen, hij wil wijsheid vergaren door te lezen hij wil onderwezen worden  ‘'t Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.’ Dit is precies de bedoeling van de didactische werken uit de verlichting. Dit moet als voorbeeld gelden voor de lezer, uit het gedichtje moet je kunnen opmaken dat leren leuk is.

De dichtbundel van Hieronymus van Alphen is representatief voor de verlichtingsliteratuur omdat in de gedichtjes naar voren komt dat de kinderen mogen spelen en geen minivolwassenen hoeven te zijn. Verder wordt gesproken over de goedheid van de mens. Als laatste is duidelijk dat de kinderen plezier beleven aan het leren en dit is een les voor lezer.

2 opmerkingen:

  1. Ha Florine,
    Ik heb toevallig deze zelfde gedichtenbundel gebruikt in mijn eigen leesdossier. Maar om te beginnen ziet het er weer goed uit, je hebt het niet afgeraffeld maar je hebt zorgvuldig gewerkt, complimenten daarvoor.
    Zoals gezegd heb ik deze bundel ook gebruikt. Als ik het me goed herinner, was mijn conclusie anders dan de jouwe, maar als ik die van jou lees, begin ik toch wel in te zien dat jij meer gelijk hebt dan ik. Voor mij is het te laat om hem aan te passen, maar ik ben blij dat je mij toch op het goede spoor hebt gebracht!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Florine,
    Eigenlijk kan ik niet veel meer vertellen dan Dennis. Ook dit is een mooi betoog, waarin je je eigen kwaliteiten zeer goed laat zien. Het betoog is compleet en voorzien van de benodigde argumenten en informatie. Ik zou graag meer commentaar willen schrijven, maar die kans ontneem je me.

    Tobias

    BeantwoordenVerwijderen