donderdag 31 mei 2012

Verwerkingsopdracht Romantiek 'Max Havelaar' Multatuli

'Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij' van Multatuli is representatief voor de Romantische literatuur.



‘Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht No 37. Het is mijn gewoonte niet, romans te schrijven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen, dat gij, lieve lezer, zoâven in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt.’

Dit is het begin van Max Havelaar, een veelgelezen boek geschreven door Eduard Douwes Dekker (onder het pseudoniem Multatuli) en verschenen in 1860.
Het boek behoort duidelijk tot de Romantiek, de stroming die van het begin tot het midden van de 19e eeuw de literatuur overheerste.
Een aantal kenmerken van de Romantiek zijn:
-          Verre landen komen in de belangstelling
-          Men zette het gevoel, de fantasie, de intuïtie centraal.
-          Een gevoel van onvrede over de huidige maatschappij en kritiek hierop.
Aan de hand van deze drie kenmerken zal ik uitleggen dat de Max Havelaar duidelijk tot deze stroming behoort.

De Max Havelaar speelt zich voor het grootste gedeelte af in Nederlands-Indië. Max Havelaar is assistent-resident van Lebak, waar de toestanden zeer slecht zijn. Max Havelaar is door de Gouverneur-Generaal benoemd omdat hij in hem iemand ziet met hart voor de inlanders.
De plaats waar het verhaal zich afspeelt, brengt mij direct bij het eerste argument waarom de Max Havelaar tot de Romantiek behoort: verre landen komen in de belangstelling en de Max Havelaar speelt zich af in zo’n exotisch ver land, Nederlands-Indië.

Dit citaat uit het vijfde hoofdstuk vertelt ons hoe Nederlands-Indië was ingedeeld en hoe de verhoudingen tussen de Javanen en Nederlanders liggen:
‘ Het dusgenaamd Nederlands Indië -- 't adjectief Nederlands komt me enigszins onnauwkeurig voor, doch 't werd officieel aangenomen -- is, wat de verhouding van het moederland tot de bevolking aangaat, te splitsen in twee zeer verschillende hoofddelen. Een gedeelte bestaat uit stammen welker vorsten en vorstjes de opperheerschappij van Nederland als suzerein erkend hebben, doch waarbij nog altijd het rechtstreeks bestuur, in meer of minder mate gebleven is in handen van de ingeboren hoofden zelf. Een ander gedeelte, waartoe -- met een zeer kleine, wellicht maar schijnbare, uitzondering -- geheel Java behoort, is rechtstreeks onderworpen aan Nederland. Van cijns of schatting of bondgenootschap is hier geen sprake. De Javaan is Nederlands onderdaan. De Koning van Nederland is zijn koning. De afstammelingen zijner vorige vorsten en heren zijn Nederlandse beambten. Ze worden aangesteld, verplaatst, bevorderd, door de gouverneur-generaal die in naam van de Koning regeert. De misdadiger wordt veroordeeld en gevonnist naar een wet die van 's-Gravenhage is uitgegaan. De belasting die de Javaan opbrengt, vloeit in de schatkist van Nederland. ‘

Multatuli (dit betekent: ik heb veel geleden) heeft de Max Havelaar geschreven uit protest op de koloniale praktijken van de Nederlandse ambtenaren in Nederlands-Indië en de wantoestanden op koffieplantages. Dit uiten van kritiek is kenmerkend voor de literatuur in de Romantiek: er was een gevoel van onvrede over de huidige maatschappij en men had hier kritiek op.
Deze kritiek is duidelijk zichtbaar in het volgende citaat, eveneens uit hoofdstuk 5:
‘Wel wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag, wel wordt hij dikwijls afgetrokken van zijn rijstvelden, wel is hongersnood vaak 't gevolg van deze maatregelen, doch ... vrolijk wapperen te Batavia, te Semarang, te Soerabaja, te Pasaroean, te Bezoeki, te Probolingo, te Patjitan, te Tjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen, die beladen worden met de oogsten die Nederland rijk maken.’ 

Ten derde is het kenmerk van de Romantiek ‘het gevoel, de fantasie, de intuïtie staat centraal’, ook te zien in deze roman. Dit gevoel en deze fantasie zien we met name terug in de hoofdpersoon Max Havelaar, eigenlijk Eduard Douwes Dekker zelf.
Droogstoppel heeft grootse idealen en is een dromer. Hij hoopt dat nu hij assistent-resident is, hij met bepaalde maatregelen het leven van de inlanders direct aanzienlijk kan verbeteren.

Zo kan ik concluderen dat Max Havelaar duidelijk tot de stroming Romantiek behoort. Het boek speelt zich voor het grootste gedeelte af in Nederlands-Indië, Multatuli uit kritiek op de huidige maatschappij en daarnaast zien we veel gevoel en fantasie in het boek.

Verwerkingsopdracht Verlichting 'De kleine gedichten voor kinderen' Hieronymus van Alphen

‘De kleine gedichten voor kinderen’ van Hieronymus van Alphen is representatief voor de verlichtingsliteratuur


Dit werk van Hieronymus van Alphen dat hij in 1778 uitbracht is een dichtbundel met zeer veel verschillende kleine gedichtjes. Het is een bundeling van 3 boeken die hij eerder uitbracht. De gedichtjes lezen snel en zijn makkelijk te doorgronden omdat ze speciaal voor kinderen zijn geschreven.

Hij schreef de werken voor zijn drie zoontjes, voor wie hij in zijn eentje zorgde, nadat zijn vrouw was overleden. Het werk is geschreven aan het einde van de periode van de verlichting en bevat veel kenmerken die er op wijzen dat het representatief is voor de verlichtingsliteratuur.

Een aantal kenmerken van de verlichting (van ongeveer 1670-770) zijn:
- De houding ten opzichte van de opvoeding van kinderen verandert drastisch. Het Spartaanse regime waar kinderen voor de verlichting aan werden onderworpen, was niet meer van die tijd.
- De natuurlijke goedheid van de mens. De burger moet zijn gezonde verstand gebruiken en zo zijn goede aard voortzetten.
- In de verlichting werd geprobeerd alle mensen te beschaven tot goede burgers. Ook wel gesproken over de vrijheid van de mens om zijn eigen intelligentie te gebruiken.

Voor de periode van de verlichting werden kinderen gezien als minivolwassenen. Er werden hoge eisen aan ze gesteld, voornamelijk de kinderen van gegoede burgers. Buitenspelen of tikkertje doen was er niet bij. In de tijd van de verlichting veranderde dat. De verlichting streefde naar een zo natuurlijk mogelijke leefwijze. Er werd eindelijk aandacht besteed aan de belevingswereld van het kind en ze mochten zich nu wel uitleven. Dit kenmerk is terug te vinden in het gedichtje ‘Het kinderlijk geluk’.

‘Ik leef gerust;
Ik leer met lust;
Ik weet nog van geen zorgen.
Van 't speelen moe,
Sluit ik mijn oogjens 's avonds toe,
En slaap tot aan den morgen.’

Er wordt gezegd dat het kind nog onbewust van zijn zorgen en moe van het de hele dag spelen, ’s avonds gaat slapen. Dit is een duidelijk voorbeeld van dat het kind nog niet wordt lastig gevallen met alle grote mensen kwalen. Het kind mag nog kind zijn.

In de verlichting bestond ook de opvatting dat de mens van nature goed is en dat hij een goed mens kan blijven door middel van zijn gezonde verstand.
Daar is hier ook sprake van want in het gedichtje staat ‘Ik leef gerust; ik leer met lust’. Het kind leeft dus volgens dit gedichtje kennelijk op een goede manier. Omdat kinderen zo puur zijn, waar nog weinig aan verpest is, zeker jonge kinderen spreekt men hier van de goede aard van de mens. Door het ‘leren met lust’ zoals het hier wordt genoemd, zal die goedheid zich  voortzetten.


In de verlichting werden veel werken gepubliceerd met didactisch-moralistische onderwerpen. Alsof de lezer een verhaal werd verteld ondersteund door een opgeheven wijsvingertje. Het doel hiervan was de lezer goed op te voeden. Hij werd informatie bijgebracht over wetenschap, literatuur, omgangsvormen en meer. Zo werd hij een beschaafd mens. Een beschrijving hiervan is te vinden in het gedichtje ‘Het vrolijk leeren’

Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen,
En waarom zou mij dan het leeren verveelen?
Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak.
Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken;
Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken,
't Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.

Het kindje beweert dat hij meer plezier beleeft aan leren dan aan spelen. Hij verruilt liever z’n hoepel en priktol voor boeken. Hij zegt ‘mijn leeren is speelen.’ Het verveelt hem niet en ziet het leren en het onderwijzen juist als spelen, wat hem plezier geeft. Hij brengt het liefst de tijd door met z’n neus in de boeken. Dit is een goed voorbeeld van de verlichting, want de persoon in het verhaal, in dit geval het kind. Wil zichzelf kennis bij brengen, hij wil wijsheid vergaren door te lezen hij wil onderwezen worden  ‘'t Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.’ Dit is precies de bedoeling van de didactische werken uit de verlichting. Dit moet als voorbeeld gelden voor de lezer, uit het gedichtje moet je kunnen opmaken dat leren leuk is.

De dichtbundel van Hieronymus van Alphen is representatief voor de verlichtingsliteratuur omdat in de gedichtjes naar voren komt dat de kinderen mogen spelen en geen minivolwassenen hoeven te zijn. Verder wordt gesproken over de goedheid van de mens. Als laatste is duidelijk dat de kinderen plezier beleven aan het leren en dit is een les voor lezer.