maandag 31 december 2012

Boekverslag Eline Vere, Florine Bekkering 6

Eline Vere
Louis Couperus
Uitgeverij L.J. Veen
Eerste druk 1987, veertiende druk 2009
538 bladzijdes
ISBN 9789491041150

Naturalistische Roman

Samenvatting
De roman speelt zich voor een groot deel af in de Haagse “coterie” aan het eind van de vorige eeuw. Een vaste kring van mensen uit dezelfde hogere klasse maakt visites bij elkaar, geeft een dineetje of een soirée, gaat naar de opera of naar het Kurhaus in Scheveningen.

Eline Vere woont bij haar zus Betsy, die getrouwd is met Henk van Raat; ze hebben een zoontje, Ben, die wat achterlijk is. Henks moeder, de oude mevrouw Van Raat (Dora) heeft na het overlijden van haar man een eenzame oude dag. Haar zoon Paul, die bij haar woont vormt een vrolijk clubje met zijn nichtjes Lili en Marie Verstraeten en de twee jongste telgen van de adellijke familie Van Erlevoort: Etienne en Frédérique. Aan het grote huis aan het Voorhout woont de weduwe Van Erlevoort met de twee genoemde kinderen en haar zoon Otto en dochter Mathilde, De oudste zoon, Théodore, woont op het Gelderse familielandgoed de Horze, zomers komt de hele familie daar bijeen.
De gebeurtenissen in de roman spelen zich voor een belangrijk deel af in de huizen van bovengenoemde families.
De roman begint op een avond in november. Eline is niet met haar zuster en zwager meegegaan naar de verjaardag van de heer Verstraeten, wiens kinderen en vrienden prachtige tableaux vivants opvoerden. Eline is in een melancholieke bui, wat wel vaker voorkomt. Ze is ontevreden met haar doelloze, nutteloze bestaan. De volgende dag voelt Eline zich opgeknapt. ‘s avonds gaan Eline, Betsy en broer en zus De Woude naar de opera. Er zingt een nieuwe bariton: Théo Fabrice. Eline probeert de anderen niet te laten merken dat ze nogal onder de indruk is van zowel de opera als de zanger. 
Eline koestert haar geheime hartstocht voor Fabrice. Ze droomt al van een opwindend leven aan zijn zijde. Ze gaat zo vaak mogelijk naar de opera en verzamelt plaatjes met zijn portret. Aan haar liefde komt abrupt een eind als ze hem zonder de flatteuze operakleding ziet optreden tijdens een concert. Elines teleurstelling is hevig, maar ze heeft niet lang de tijd verdrietig te zijn, want op een voorjaarsdag vraagt Otto van Erlevoort haar zijn vrouw te worden. Eline twijfelt: ze vindt Otto erg sympathiek, maar ze voelt geen hartstochtelijke liefde voor hem. Tijdens een avondje met enkele intieme vrienden voelt ze zich echter gedreven door een onzichtbare macht en ze stemt toe in een huwelijk. Vanaf dan voelt ze zich steeds rustiger en gelukkiger worden. In de zomermaanden die ze met Otto op de Horze in Gelderland doorbrengt, bereikt haar geluk een hoogtepunt. Ze voelt zich gezonder, vrolijker, oprechter en meer zichzelf dan ooit te voren.. Op een nacht huilt Eline van geluk en ze bidt tot God dat het altijd zo mag blijven. Later noemt ze dit het keerpunt; de gedachte dat het mogelijk een keer afgelopen zou zijn met haar geluk, zaaide een kiem van twijfel, die niet meer weg zou gaan.
Weer thuis komt Otto bijna elke avond dineren. Op een dag wordt Elines neef Vincent ernstig ziek. Eline verpleegt hem in de weken daarna zorgzaam. Ze vindt Vincent eigenlijk een interessanter persoon dan Otto. Voor Otto voelt ze af en toe onverschilligheid, wat ze wanhopig probeert tegen te gaan: ze hield op de Horze zo innig veel van hem! Op een avond maakt ze met Betsy ruzie over Vincent en daarna vaart ze driftig uit tegen Otto: ze wordt dol van zijn eeuwige kalmte. Otto koestert nog hoop, maar na enige tijd schrijft Eline hem een brief waarin ze het uitmaakt. Ze voelt dat als haar plicht, omdat ze hem nooit gelukkig zal kunnen maken. Oom Daniël Vere komt Eline opzoeken en vraagt of ze met hem en zijn jonge vrouw Elize die winter op reis wil gaan. Eline stemt toe; ze ziet Parijs, Nice, Spanje, Bordeaux en woont ook een tijdje bij hen in Brussel. Pas na anderhalf jaar komt ze terug in Den Haag, moe van het opgeschroefde leventje met haar oom en tante. Ze is sterk vermagerd en heeft iets schichtigs en nerveus over zich gekregen. Ze eet weinig, drinkt veel, en heeft aan haar kou een naar hoestje overgehouden. Dokter Reijer constateert het begin van longtering. Hij vertelt de oude mevrouw Van Raat, bij wie Eline haar intrek heeft genomen, dat het meisje niet alleen lichamelijk ziek is. Hij hoopt dat mevrouw Van Raat met haar goede zorgen de geknakte bloem weer zal doen opbloeien. De oude vrouw is blij eindelijk weer een doel in haar leven te hebben, maar na een tijdje ziet ze in dat ze Eline niet kan helpen. Eline voelt zich een ruïne, van binnen en van buiten. Ze heeft haar geluk moedwillig weggegooid (de brief aan Otto) en kan nooit meer gelukkig worden. Ze verafschuwt het nutteloze leven en de huichelarij van de mensen.
Tot beider spijt vindt Eline bij mevrouw Van Raat niet de rust die ze gehoopt had en ze vertrekt weer naar Brussel, waar ze met oom Daniël en tante Elize naar allerlei dubieuze feesten gaat. Op een dag in december komen Vincent en zijn vriend Lawrence St. Clare, die samen een grote reis gaan maken, Eline, oom en tante opzoeken. Eline voelt grote sympathie voor de kalme, oprechte en wilskrachtige St. Clare, die haar aan Otto doet denken. Na enkele ontmoetingen vraagt St. Clare haar zijn vrouw te worden; hij is vast van plan haar weer lust in het leven te geven. Wanhopig weigert Eline en vertelt van Otto, die ze ongelukkig heeft gemaakt en die altijd tussen hen in zal staan. St. Clare vraagt haar om niet ondoordacht voor de tweede keer haar geluk weg te gooien en hem pas te antwoorden als hij over vijf maanden terugkomt van zijn reis. Ze gaat weer terug naar Den Haag, waar ze haar intrek neemt in een pension. Ze slikt regelmatig druppels morfine ter bestrijding van baar slapeloosheid. De morfine helpt niet erg en in haar half doorwaakte nachten wordt Eline gekweld door nachtmerries. Overdag voelt ze een matheid en een dofheid in haar hoofd die haar verhinderen goed door te denken over allerlei dingen. Ook haalt ze steeds vaker herinneringen door elkaar en verwart ze Otto en St. Clare. Soms zingt ze koortsachtig gedeelten uit een opera en verbeeldt ze zich dat ze actrice is. Ze is bang dat ze gek aan het worden is. Op een avond ziet ze zo tegen een slapeloze nacht op, dat ze een te grote dosis morfinedruppels neemt. De volgende dag wordt ze dood in haar kamer gevonden.

Verwachtingen
Dit dikke boek sprak mij na het lezen van de flaptekst niet meteen aan, voornamelijk omdat ik het me voorstelde als een doorsnee boek over het leven van een verwend meisje. Ik betwijfelde of het me 500 pagina’s zou kunnen boeien.
Mijn verwachting was dat het een beschrijving was van het leven van een Haags meisje en haar zoektocht naar een goede partij om mee te trouwen. In de flaptekst werd gesproken over ‘haar angst voor de werkelijkheid’ waardoor zij ‘zich verliest in dromerijen, waarna de angst alleen maar verhevigd terugkomt.’ Hier kon ik geen beeld van vormen en was daarom benieuwd naar de invulling die de schrijver daaraan zou geven.

Motief en thema
Een motief is milieu. De luchtige toon van het boek afgewisseld met serieuzere stukken, is een mooie vormgeving voor het milieu waarin de personages zich bewegen. Zelf vinden ze dat ze druk bezig zijn en veel te doen hebben, maar eigenlijk is het heel leeg. Op de vele feestjes en bijeenkomsten praten ze alleen maar over elkaar en hoe iedereen eruit ziet. Het is een mooi omhulsel waar niks inzit. Couperus geeft een mooi doorkijkje hun wereld zonder het te idealiseren. Hij probeert het zo te weergeven als het er werkelijk aan toe zou gaan.

Een ander thema is wispelturigheid. Eline wisselt continu van wat ze wil en hoe ze wil zijn. Voor de lezer is het moeilijk bij te benen om te snappen wat er dan weer aan de hand is, maar het lijkt soms ook alsof Eline dat zelf nauwelijks kan bevatten.

“Want zij wilde voortaan droef stil en moe zijn; zij zou zich voortaan niet meer opschroeven tot eene schitterende vrolijkheid, zoals zij onder die vreemden had moeten doen, zoals, nog een paar dagen te voren.” (blz. 367)

Hier spreekt ze van haar keuze om niet meer opgewekt te zijn, terwijl twee bladzijdes later ze weer zichzelf schijnt te zijn bij het weerzien van een oude vriendin.

Hartstochtelijk omhelsde Eline haar en zij verborg heur gloeiend kopje aan mevrouwtjes borst.
- O, daar moet u niet op letten! Ik ben wat moe van de reis; ik ben wat bleek, zeker? U zal het zien, zodra ik eenigen tijd bij u ben, zie ik er weer gezond en frisch uit... u zal het zien! Zij lachte mevrouw toe door hare tranen en zij kuste haar steeds, nu hare wang, dan hare oude gerimpelde hand.” (blz. 369)

Het thema in het boek is noodlot. In de Haagse kringen uit die tijd lijkt iedereen aan hetzelfde noodlot te worden onderworpen. Het vervullen van een verwachtingspatroon dat de oudere generatie heeft. Eline is hier eerst zelf ook erg mee bezig, ze besteed veel aandacht aan haar uiterlijk vertoon en wil door iedereen aardig gevonden worden.

 Maar haar stemming slaat vaak om, dan is ze ineens niet meer tevreden met haar simpele leventje en wil ze niet meer. Ze vecht tegen haar eigen noodlot, ook al kan ze hier niet aan ontkomen.

Ruimte
De roman speelt zich grotendeels af in de Haagse kringen van de gegoede middenstand. De feestjes en dineetjes wisselen elkaar af en Elines zenuwachtigheid komt duidelijk naar voren. Ze verveelt zich snel en is wispelturig. Na haar verloving met Otto brengt ze een zomer door op het Gelderse platteland. De rust en de liefelijke omgeving hebben duidelijk invloed op haar welzijn. Het contrast van de drukke stad en het rustige platteland is dus duidelijk te merken in de verandering van karakter van Eline.
Als ze daarna ook nog eens op reis gaat met haar oom en tante, komt ze helemaal uitgeput en in de war terug van deze onrustige tijd.
Voor Eline is een verandering van ruimte in het boek ook een verandering voor haar persoonlijkheid en haar gemoedstoestand.

Naturalistische kenmerken
Het boek van Couperus bevat veel naturalistische elementen.
Erfelijkheid speelt een belangrijke rol. Vaak wordt beschreven hoe Eline lijkt op haar vader en haar zus Betsy lijkt op hun moeder. De eigenschappen van deze ouders zetten zich voort in hun kinderen.
Elines vader was al vroeg gestorven en de geschiedenis herhaalt zich. Het is, lijkt het wel, erfelijk bepaalt.
Verder is de hoofdpersoon Eline Vere een nerveus, zwak persoon. Ze is zeer dromerig en verliest zichzelf nogal eens in haar eigen fantasieën, waardoor ze het voor zichzelf soms lastiger maakt en uiteindelijk haar verlangens niet worden bevredigd.
Daarnaast is de hoofdpersoon Eline gelijk aan de alledaagse mens. Ze staat er niet boven.
Verder speelt, naarmate het verhaal vordert, de ontnuchtering van de hoofdpersoon een belangrijke rol.
In het begin is Eline nog heel erg bezig met haar uiterlijk en presentatie. Ze denkt enkel aan oppervlakkigheden. Ze is veel bezig met wat anderen van haar denken en hoe ze overkomt op mensen. Aan het einde van het boek, vindt ze dat volstrekt niet meer interessant en maakt het haar niet meer uit hoe ze er uit ziet. Ze is sterk vermagert en geeft niet meer om kleding. Daarnaast gedraagt ze zich niet meer volgens de normen van wat sociaal wenselijk is, het maakt haar niet meer uit wat mensen van haar denken.

Eindoordeel.
Het is een dik boek en ik kwam er niet makkelijk doorheen. De schrijver neemt de tijd om het verhaal op te bouwen en dat was voor mij de reden dat het niet altijd even interessant over kwam. Zeker het begin van het boek is ingewikkeld met veel personages maar verder gebeurt er vrij weinig.
Daarnaast kon ik me niet goed inleven in de hoofdpersoon. Haar gedachtegang was soms moeilijk te volgen en ook zeer verschillend.
Je moet goed weten waar je aan begint als je dit boek zou willen lezen en het is makkelijk om halverwege op te geven. Dus ik zou het niet aan iedereen aanbevelen, maar misschien is dat ook wel weer een deel van de charme, dat het niet voor iedereen is weggelegd.


Samenvatting: http://www.scholieren.com/boekverslag/60853

zondag 10 juni 2012

Boekverslag Het achterhuis, klas 4

Het Achterhuis
Anne Frank
Uitgever: Bert Bakker, Amsterdam
Eerste uitgave 1947
ISBN 978 90 351 2757 9
303 bladzijdes


Samenvating Het Achterhuis
In juni 1942 krijgt Annelies Marie Frank voor haar 13e verjaardag een dagboek cadeau van haar ouders. Op dat moment woont ze nog in een gewoon huis in Amsterdam. De familie Frank bestond uit Edith Frank, haar man Otto en hun twee dochters Margot en Anne. Margot is de drie jaar oudere zus van Anne.
Op het begin beschrijft Anne hoe haar gewone leven er uit ziet, dit alles schrijft ze op in haar dagboek, dat ze Kitty noemt. Ze doet alsof Kitty een fictieve vriendin is, zodat ze alles aan haar kan toevertrouwen.
Ze vertelt over alles wat ze zelf beleeft, maar ook over de oorlog en wat voor invloed dat op haar heeft en het leven van de familie. Op 6 juli 1942 is het te gevaarlijk geworden voor de familie Frank en ze besluiten onder te duiken. Otto was hoofd van het bedrijf Opekta, dat vruchtenpoeder maakte. Het hoofdkantoor van dit bedrijf was gevestigd op de prinsengracht. Achter dat huis stond nog een huis, het achterhuis. Daar besloot de familie Frank onder te duiken.
7 dagen nadat de familie Frank zich daar heeft gevestigd, komt er nog een familie bij, de familie van Daan (in het echt heetten ze van Pels). Mijnheer en mevrouw van Daan hadden een zoon, Peter van Daan is 3 jaar ouder is dan Anne. Ze beschrijft hem als “een tamelijk saaie en verlegen slungel van nog geen zestien jaar, van wiens gezelschap niet veel te verwachten is”. Ze vindt het echter wel leuk dat er een andere famile is, zodat er een beetje afleiding is. Want op het begin is het nog allemaal nieuw en spannend, maar na een tijdje beschrijft ze, hoe verschrikkelijk het is om niet naar buiten te kunnen. Op 16 november datzelfde jaar, komt er nog een onderduiker bij, Dr. Dussel. Hij neemt zijn intrek op dezelfde kamer als Anne. Ze kunnen niet erg goed opschieten, omdat Dr. Dussel erg ouderwetse ideeën heeft over de opvoeding.
In haar dagboek beschrijft Anne openhartig al haar gevoelens tegenover de mensen met wie ze samenwoont. Ze beschrijft de spanningen, de irritaties, de ruzies en de gesprekken. Ze noemt meerdere keren dat ze later graag schrijfster wil worden en misschien wel haar dagboek wil uitgeven.
In het achterhuis golden strikte regels, overdag zo stil mogelijk en alleen op bepaalde uren naar het toilet. Dit alles om te zorgen dat de mensen die niet van hun schuilen weten, hen niet ontdekken en ze niet verraden worden. Maar op 4 augustus 1944 stopt er een auto voor het huis en de onderduikers worden gearresteerd. Het is nooit bekend geworden door wie ze zouden zijn verraden.

Mijn mening
Het achterhuis vond ik een erg indrukwekkend boek. Het feit dat het echt is gebeurd, blijft de hele tijd in je achterhoofd rondspoken. Dit meisje heeft echt bestaan en je weet al voordat je aan het boek begint hoe het afloopt. Daarom leest dit boek anders dan alle andere boeken. Je leest hele persoonlijke dingen die zij beschrijft en dringt eigenlijk haar leven in. Haar droom om schrijfster te worden, haar mening over haar huisgenoten. Het is allemaal heel eerlijk beschreven en daar sta je elke keer weer bij stil. Dit is  gewoon een boek dat je gelezen moet hebben.

Boekverslag De aanslag, klas 4



De Aanslag
Harry Mulisch
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN 9789461496669
Eerste druk 1982

Samenvatting De aanslag
Op een avond in Januari 1945 zit het gezin Steenwijk in de huiskamer, als ze plotseling schoten horen. Fake Ploeg, een NSB-er, is doodgeschoten. Zijn lijk ligt op de stoep bij de buren. Kort na de schoten komen de buurman en zijn dochter Karin naar buiten, en leggen het lijk voor het huis van Anton. Zijn broer Peter wil het lijk terug leggen maar de politie arriveert en Peter vlucht. Anton ’s huis wordt in brand gestoken en Anton en zijn ouders worden apart meegenomen. Anton brengt een nacht door in een politiecel. 
De volgende dag krijgt hij te horen dat hij bij zijn oom en tante mag gaan wonen.
Door hen wordt hij ook opgevoed. Hij heeft nooit meer wat van zijn ouders of broer gehoord totdat hem op een dag wordt verteld dat ze zijn doodgeschoten.
In 1953 gaat in Amsterdam op kamers wonen. In de stad is veel oproer en in die oproer komt hij op een dag Fake Ploeg jr tegen. Van hem hoort hij wat de dood van zijn vader voor zijn familie heeft betekent. Voor het eerst in een hele tijd denkt hij weer aan de aanslag. Over het algemeen stopt hij de herinneringen van de dag weg en wil hij niets meer van de oorlog horen.
Anton wordt weer aan de aanslag herinnerd op de begrafenis van een vriend van zijn schoonvader. Hij hoort een man de aanslag beschrijven en ook al wil hij het niet, hij vraagt hem verder over deze aanslag. De man blijkt een van de daders van de aanslag te zijn maar Anton kan niet boos op hem zijn.
Bijna aan het eind van zijn leven loopt hij mee met een grote demonstratie tegen atoomwapens. In de demonstratie komt hij zijn vroegere buurmeisje Karin uit Haarlem tegen. Eindelijk heeft hij de kans om te vragen waarom Karin en haar vader Fake Ploeg bij hun op de stoep hebben gelegd te hebben. Haar vader wou zijn hagedissen beschermen en daarom had hij besloten het lichaam te verplaatsen.

Mijn mening
Doordat je zelf (net als de hoofdpersoon) ook niet weet hoe het precies in elkaar steekt, wil je ook antwoorden op je vragen, waardoor je blijft lezen. Het boek is opgedeeld in stukken en speelt zich af over een grotere tijdsperiode, waardoor je het idee hebt dat er heel veel gebeurd. Ook al is het hoofdonderwerp van het boek die avond waarop de aanslag werd gepleegt, het verhaal blijft toch dynamisch door de andere gebeurtenissen.

Boekverslag Jacoba, Dochter van Holland, klas 4


Jacoba, Dochter van Holland
Simone van der Vlugt
Uitgeverij Anthos 2009 Amsterdam
ISBN: 978 90 414 15318
314 bladzijdes

Samenvatting
Het leven van Jacoba van Beieren (1401-1436) is kort en heftig. Rampspoed treft haar met de moord op haar verloofde Jean, beoogd koning van Frankrijk. Van koningin in spe, is ze plotseling weduwe in haar troosteloze hart en zonder huwelijkskandidaat. In een tijdperk waarin huwelijk en geboorte de machtsgrenzen bepaalden, is dit een persoonlijke én een politieke ramp. Toch: het kan altijd erger. Kort na de dood van haar geliefde wordt ook Jacoba’s vader ziek en sterft: Willem VI, hertog van Beieren, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. ‘Oorlog, pest en moordaanslagen konden hem niet vellen, maar een hondenbeet heeft een einde aan zijn gezondheid gemaakt,’ aldus Jacoba.Jacoba erft haar vaders titel en zijn macht, dit zeer tegen de zin van onder meer haar oom. De jonge gravin wordt een pion in een bitter spel dat wordt gespeeld met gif, dolksteken, verraad, stedenmoord en wisselende allianties. Machtige partijen staan hierbij tegenover elkaar: Hoeken en Kabeljauwen, maar ook Engelsen en Fransen. Met voor Jacoba, in het kamp der Hoeken, onder meer de erfvijandschap met van Arkel en van Egmond. 

Mijn mening
Het was een makkelijk boek om te lezen, waar je zo doorheen bent. Het is vlot geschreven vanuit de ik-persoon, maar dan vrij gedramatiseerd. Daardoor oogt het een beetje gekunsteld. Alsof de schrijfster je te graag wil doen laten geloven dat het echt Jacoba is, die aan het woord komt. Want het is opgetekend als de memoires van Jacoba, terwijl Simone van der Vlugt gewoon aan de haal is gegaan met haar levensverhaal.
Ze beschrijft de emoties en gevoelens van Jacoba tegenover andere mensen, maar zonder feitelijke achtergrond daarvan.
Als je nog op zoek bent naar een vakantieboek wat niet te zwaar op de maag ligt, zou ik dit zeker overwegen. Anders, zou ik nog even doorzoeken.

vrijdag 8 juni 2012

Boekverslag Het huis van de moskee, Florine Bekkering 5c



Het huis van de moskee
Kader Abdolah
Breda Uitgeverij De Geus
Eerste druk 2005, veertiende druk 2007
410 bladzijdes
ISBN 9789044507683

Psychologische roman

Samenvatting
Aga Djan in tapijthandelaar, hij is het hoofd van de bazaar in zijn woonplaats Senedjan. Hier woont hij met zijn hele familie in het huis van de moskee, de imam Alsaberi is zijn neef. Maar hij sterft al snel in het begin van het boek. Het nichtje van Aga Djan, Sediq trouwt met een jonge imam, Galgal. Hij heeft een opleiding afgerond in Qom, een stad dichtbij Senedjan. Na de dood van de imam van de moskee neemt hij de taak van imam op zich. Galgal is erg fel tegen de sjah van Iran en vlucht weg voor de politie nadat hij een preek heeft gegeven die een opstand veroorzaakte. Aga Djan en zijn familie zijn erg traditioneel. Aga Djan zorgt er dus voor dat de tradities behouden worden. Maar hij kan niet voorkomen dat Iran langzaam moderner wordt. De ayatollahs proberen dit wel te voorkomen. Ze willen de normen en waarden van de islamitische leer in stand houden, Galgal sluit zich bij hen aan. De groep wordt steeds radicaler, hun leider Khomeini wordt zelfs verbannen. Galgal, inmiddels een vertrouweling van Khomeini, gaat met hem mee. Dan wordt de sjah van Iran verdreven, Khomeini keert terug en grijpt de macht. Zo veranderd Iran in een ander uiterste, van heel vrij worden ze nu heel erg beperkt. Niemand durft meer vrijuit te praten omdat ze opgepakt worden als ze het geloof niet goed uitoefenen. Galgal wordt een rechter van Allah, hij veroordeeld mensen ter dood als ze de regels niet volgen. Zo wordt de zoon van Aga Djan, Djawad wordt opgepakt en vermoord door Galgal. Zinat, de schoonzus van Aga Djan keert zich tegen de familie en sluit zich aan bij de ayatollahs. Ze verraad hun eigen familie en zorgt ervoor dat haar zoon Ahmad, de opvolger van de imam en de neef van Aga Djan wordt opgepakt. Maar later wordt ook Zinat zelf vermoord. Shabal, de opvolger van Aga Djan, zit bij een ondergrondse beweging en hij vermoord Galgal.

Verwachtingen
Toen ik in dit boek begon, wist ik er vrijwel niet waar het over ging. Ik verwachtte een boek dat een beschrijving zou geven van het gewone leven rondom een moskee. Een soort doorkijkje in een andere wereld, maar ik wist niet dat het over de Iraanse revolutie zou gaan.

Motief en Thema
Een motief in het boek is vernieuwing in de zin van veroudering. Bij een revolutie is er normaal gesproken sprake van drang naar vernieuwing. Hier is het juist het tegenovergestelde. Deze revolutie is gericht op Iran weer vormen zoals het lang geleden was, een staat waarin het geloof een belangrijke rol speelt. Ook de komst van nieuwe technologie speelt een rol. Mensen staan er nieuwsgierig tegenover, maar vinden aan de andere kant dat het eigenlijk niet hoort.
Het thema is het geloof, in dit geval de islam, en hoe de personages daar zelf tegenover staan. Vanzelfsprekend speelt het geloof in belangrijke rol in dit boek omdat het zich in en rond een moskee afspeelt. Door het hele boek heen komen mensen voorbij die het geloof weer op een andere manier beleven en uitoefenen. Ook al hebben ze allemaal hetzelfde geloof, iedere persoon heeft zijn eigen overtuigingen en twijfels. Bij de revolutie draait het geheel om het geloof. De ayatollahs willen de dictatoriale pro-westerse sjah af zetten en van Iran een islamitische republiek maken.

Beoordeling
Het is een goed geschreven boek, tussendoor wordt ook in mooie bewoording teruggeblikt op dingen die gebeurd zijn. Alsof er even bij wordt stilgestaan wat je allemaal hebt gelezen, wat dan vervolgens wordt betrokken op het stuk van het verhaal waar je op dat moment bent. Zoals op bladzijde 306:

“Nu zorgde de islam voor een ernstige breuk in de familie van Aga Djan.
De afgelopen acht eeuwen had het huis als eenheid, via de preekstoel van de moskee, tegen de vijanden van de islam gevochten. Maar voor het eerst stond de islam zelf als vijand tegenover de familie.”

Situaties
In het boek worden mooi vergelijkingen getrokken tussen situaties. Hoe het vroeger was en later is. Zeker aan het eind van het boek, als het leven van iedereen zo drastisch is veranderd en de verhoudingen tussen de inwoners van het huis en de stad zijn veranderd. Dan wordt vaak teruggegrepen op de vroegere situaties, om het contrast te weergeven.
Vertelperspectief: er wordt in het boek gebruik gemaakt van een alwetende verteller.
De toevoegingen in het verhaal die je als lezer tegenkomt, zijn niet per se noodzakelijk maar geven wel sfeer aan het boek. Zoals de beschrijving van vogels die over een meer vliegen waar het uit wraak vermoorde lichaam van Zinat ligt. 

Eindoordeel
Ik zou iedereen dit boek aanraden. Het boek heeft diepe indruk op mij gemaakt, de historische aspecten maken het verhaal soms bijna grillig, omdat je je realiseert dat er een waarheid achter schuilt. Door de vele personages en hun verhalen, is het ook geen saai boek om te lezen. Er gebeurt altijd wel wat. De realistische schrijfstijl leest vlot en er komen veel mooie uitdrukkingen in het boek voor. “het verhaal van het huis van de moskee is nog lang niet ten einde, maar het lijkt op het leven, iedereen moet ergens uitstappen.”

Samenvatting



donderdag 31 mei 2012

Verwerkingsopdracht Romantiek 'Max Havelaar' Multatuli

'Max Havelaar of de koffieveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij' van Multatuli is representatief voor de Romantische literatuur.



‘Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht No 37. Het is mijn gewoonte niet, romans te schrijven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen, dat gij, lieve lezer, zoâven in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffie zijt, of als ge wat anders zijt.’

Dit is het begin van Max Havelaar, een veelgelezen boek geschreven door Eduard Douwes Dekker (onder het pseudoniem Multatuli) en verschenen in 1860.
Het boek behoort duidelijk tot de Romantiek, de stroming die van het begin tot het midden van de 19e eeuw de literatuur overheerste.
Een aantal kenmerken van de Romantiek zijn:
-          Verre landen komen in de belangstelling
-          Men zette het gevoel, de fantasie, de intuïtie centraal.
-          Een gevoel van onvrede over de huidige maatschappij en kritiek hierop.
Aan de hand van deze drie kenmerken zal ik uitleggen dat de Max Havelaar duidelijk tot deze stroming behoort.

De Max Havelaar speelt zich voor het grootste gedeelte af in Nederlands-Indië. Max Havelaar is assistent-resident van Lebak, waar de toestanden zeer slecht zijn. Max Havelaar is door de Gouverneur-Generaal benoemd omdat hij in hem iemand ziet met hart voor de inlanders.
De plaats waar het verhaal zich afspeelt, brengt mij direct bij het eerste argument waarom de Max Havelaar tot de Romantiek behoort: verre landen komen in de belangstelling en de Max Havelaar speelt zich af in zo’n exotisch ver land, Nederlands-Indië.

Dit citaat uit het vijfde hoofdstuk vertelt ons hoe Nederlands-Indië was ingedeeld en hoe de verhoudingen tussen de Javanen en Nederlanders liggen:
‘ Het dusgenaamd Nederlands Indië -- 't adjectief Nederlands komt me enigszins onnauwkeurig voor, doch 't werd officieel aangenomen -- is, wat de verhouding van het moederland tot de bevolking aangaat, te splitsen in twee zeer verschillende hoofddelen. Een gedeelte bestaat uit stammen welker vorsten en vorstjes de opperheerschappij van Nederland als suzerein erkend hebben, doch waarbij nog altijd het rechtstreeks bestuur, in meer of minder mate gebleven is in handen van de ingeboren hoofden zelf. Een ander gedeelte, waartoe -- met een zeer kleine, wellicht maar schijnbare, uitzondering -- geheel Java behoort, is rechtstreeks onderworpen aan Nederland. Van cijns of schatting of bondgenootschap is hier geen sprake. De Javaan is Nederlands onderdaan. De Koning van Nederland is zijn koning. De afstammelingen zijner vorige vorsten en heren zijn Nederlandse beambten. Ze worden aangesteld, verplaatst, bevorderd, door de gouverneur-generaal die in naam van de Koning regeert. De misdadiger wordt veroordeeld en gevonnist naar een wet die van 's-Gravenhage is uitgegaan. De belasting die de Javaan opbrengt, vloeit in de schatkist van Nederland. ‘

Multatuli (dit betekent: ik heb veel geleden) heeft de Max Havelaar geschreven uit protest op de koloniale praktijken van de Nederlandse ambtenaren in Nederlands-Indië en de wantoestanden op koffieplantages. Dit uiten van kritiek is kenmerkend voor de literatuur in de Romantiek: er was een gevoel van onvrede over de huidige maatschappij en men had hier kritiek op.
Deze kritiek is duidelijk zichtbaar in het volgende citaat, eveneens uit hoofdstuk 5:
‘Wel wordt dus de arme Javaan voortgezweept door dubbel gezag, wel wordt hij dikwijls afgetrokken van zijn rijstvelden, wel is hongersnood vaak 't gevolg van deze maatregelen, doch ... vrolijk wapperen te Batavia, te Semarang, te Soerabaja, te Pasaroean, te Bezoeki, te Probolingo, te Patjitan, te Tjilatjap, de vlaggen aan boord der schepen, die beladen worden met de oogsten die Nederland rijk maken.’ 

Ten derde is het kenmerk van de Romantiek ‘het gevoel, de fantasie, de intuïtie staat centraal’, ook te zien in deze roman. Dit gevoel en deze fantasie zien we met name terug in de hoofdpersoon Max Havelaar, eigenlijk Eduard Douwes Dekker zelf.
Droogstoppel heeft grootse idealen en is een dromer. Hij hoopt dat nu hij assistent-resident is, hij met bepaalde maatregelen het leven van de inlanders direct aanzienlijk kan verbeteren.

Zo kan ik concluderen dat Max Havelaar duidelijk tot de stroming Romantiek behoort. Het boek speelt zich voor het grootste gedeelte af in Nederlands-Indië, Multatuli uit kritiek op de huidige maatschappij en daarnaast zien we veel gevoel en fantasie in het boek.

Verwerkingsopdracht Verlichting 'De kleine gedichten voor kinderen' Hieronymus van Alphen

‘De kleine gedichten voor kinderen’ van Hieronymus van Alphen is representatief voor de verlichtingsliteratuur


Dit werk van Hieronymus van Alphen dat hij in 1778 uitbracht is een dichtbundel met zeer veel verschillende kleine gedichtjes. Het is een bundeling van 3 boeken die hij eerder uitbracht. De gedichtjes lezen snel en zijn makkelijk te doorgronden omdat ze speciaal voor kinderen zijn geschreven.

Hij schreef de werken voor zijn drie zoontjes, voor wie hij in zijn eentje zorgde, nadat zijn vrouw was overleden. Het werk is geschreven aan het einde van de periode van de verlichting en bevat veel kenmerken die er op wijzen dat het representatief is voor de verlichtingsliteratuur.

Een aantal kenmerken van de verlichting (van ongeveer 1670-770) zijn:
- De houding ten opzichte van de opvoeding van kinderen verandert drastisch. Het Spartaanse regime waar kinderen voor de verlichting aan werden onderworpen, was niet meer van die tijd.
- De natuurlijke goedheid van de mens. De burger moet zijn gezonde verstand gebruiken en zo zijn goede aard voortzetten.
- In de verlichting werd geprobeerd alle mensen te beschaven tot goede burgers. Ook wel gesproken over de vrijheid van de mens om zijn eigen intelligentie te gebruiken.

Voor de periode van de verlichting werden kinderen gezien als minivolwassenen. Er werden hoge eisen aan ze gesteld, voornamelijk de kinderen van gegoede burgers. Buitenspelen of tikkertje doen was er niet bij. In de tijd van de verlichting veranderde dat. De verlichting streefde naar een zo natuurlijk mogelijke leefwijze. Er werd eindelijk aandacht besteed aan de belevingswereld van het kind en ze mochten zich nu wel uitleven. Dit kenmerk is terug te vinden in het gedichtje ‘Het kinderlijk geluk’.

‘Ik leef gerust;
Ik leer met lust;
Ik weet nog van geen zorgen.
Van 't speelen moe,
Sluit ik mijn oogjens 's avonds toe,
En slaap tot aan den morgen.’

Er wordt gezegd dat het kind nog onbewust van zijn zorgen en moe van het de hele dag spelen, ’s avonds gaat slapen. Dit is een duidelijk voorbeeld van dat het kind nog niet wordt lastig gevallen met alle grote mensen kwalen. Het kind mag nog kind zijn.

In de verlichting bestond ook de opvatting dat de mens van nature goed is en dat hij een goed mens kan blijven door middel van zijn gezonde verstand.
Daar is hier ook sprake van want in het gedichtje staat ‘Ik leef gerust; ik leer met lust’. Het kind leeft dus volgens dit gedichtje kennelijk op een goede manier. Omdat kinderen zo puur zijn, waar nog weinig aan verpest is, zeker jonge kinderen spreekt men hier van de goede aard van de mens. Door het ‘leren met lust’ zoals het hier wordt genoemd, zal die goedheid zich  voortzetten.


In de verlichting werden veel werken gepubliceerd met didactisch-moralistische onderwerpen. Alsof de lezer een verhaal werd verteld ondersteund door een opgeheven wijsvingertje. Het doel hiervan was de lezer goed op te voeden. Hij werd informatie bijgebracht over wetenschap, literatuur, omgangsvormen en meer. Zo werd hij een beschaafd mens. Een beschrijving hiervan is te vinden in het gedichtje ‘Het vrolijk leeren’

Mijn speelen is leeren, mijn leeren is speelen,
En waarom zou mij dan het leeren verveelen?
Het lezen en schrijven verschaft mij vermaak.
Mijn hoepel, mijn priktol verruil ik voor boeken;
Ik wil in mijn prenten mijn tijdverdrijf zoeken,
't Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.

Het kindje beweert dat hij meer plezier beleeft aan leren dan aan spelen. Hij verruilt liever z’n hoepel en priktol voor boeken. Hij zegt ‘mijn leeren is speelen.’ Het verveelt hem niet en ziet het leren en het onderwijzen juist als spelen, wat hem plezier geeft. Hij brengt het liefst de tijd door met z’n neus in de boeken. Dit is een goed voorbeeld van de verlichting, want de persoon in het verhaal, in dit geval het kind. Wil zichzelf kennis bij brengen, hij wil wijsheid vergaren door te lezen hij wil onderwezen worden  ‘'t Is wijsheid, 't zijn deugden, naar welken ik haak.’ Dit is precies de bedoeling van de didactische werken uit de verlichting. Dit moet als voorbeeld gelden voor de lezer, uit het gedichtje moet je kunnen opmaken dat leren leuk is.

De dichtbundel van Hieronymus van Alphen is representatief voor de verlichtingsliteratuur omdat in de gedichtjes naar voren komt dat de kinderen mogen spelen en geen minivolwassenen hoeven te zijn. Verder wordt gesproken over de goedheid van de mens. Als laatste is duidelijk dat de kinderen plezier beleven aan het leren en dit is een les voor lezer.

donderdag 12 januari 2012

Boekverslag Oeroeg, Florine Bekkering 5c


Oeroeg
Hella Haasse
Uitgeverij Querido
Eerste publicatie in 1948
ISBN: 9021440288

Samenvatting
Het verhaal gaat over de vriendschap tussen de ik'-figuur en Oeroeg. De ik'-figuur is een zoon van een Nederlandse planters familie die een onderneming beheerden in Kebon Djati diep in het bergland van de Preanger. Oeroeg is een echte inlandse jongen, zoon van Sidris en Deppoh die als mandoer werkte bij de onderneming. De jongens zijn ongeveer even oud en omdat de hoofdpersoon enigs kind is gaat hij veel met Oeroeg om. Het verhaal is een lange terugblik op dit samenzijn. Bij alles waar de ik'-figuur aan moet denken in zijn jeugd komt automatisch het beeld van zijn vriend Oeroeg boven. Ze waren onafscheidelijk. 
De hoofdpersoon heeft weinig contacten met zijn ouders. Zijn moeder is ziekelijk en zijn vader is weinig thuis. Het is zijn vader een doorn in het oog dat zijn zoon zo slecht Nederlands spreekt. Meneer Bollinger wordt erbij gehaald, om hem beter Nederlands te leren. Oeroeg wordt hier van buitengesloten, maar hij mag wel staan te luisteren. Oeroeg blijkt hier al erg leergierig.
Tijdens een bezoek van gasten uit Batavia wordt er besloten om s avonds een bezoek te brengen naar Telaga Hideung, het Zwarte Meer, een meer waar over geheimzinnige verhalen de ronde doen. De hoofdpersoon gaat ook mee, net als de vader van Oeroeg. Men gebruikt een oud vlot om over het meer te varen. De groep is echter veel te wild, waardoor er een stuk van het vlot afbreekt. De hoofdpersoon valt eraf en in een poging om hem te redden verdrinkt Deppoh, die verstrikt raakt in de vele waterplanten.
Oeroeg mag mee naar de lagere school in Soekaboemi omdat zijn vader overleden is.  Oeroeg's school bezoek maakt dat andere inlanders opmerkingen tegen hem gaan maken.
Na de scheiding van de ouders van de hoofdpersoon komt hij bij Lida in Soekaboemi wonen, die voor hem zorgt. Als deze hoort van Oeroeg en wat die voor hem betekent mag die ook bij haar komen. Lida is ongehuwd en beheert een pension. Oeroeg's vorderingen vallen haar op en zij vindt dat hij verder moet leren. Als de hoofdpersoon naar de HBS in Batavia gaat komt hij daar in een internaat. Lida verkoopt haar pension en begint een nieuwe in Batavia. Zij betaalt de kosten voor de MULO van Oeroeg. Zij hoopt dat hij later arts zal worden.
In Batavia groeien de jongens een beetje uit elkaar. Oeroeg krijgt een paar andere vrienden erbij, waardoor het op school minder met hem gaat. Op voorspraak van Lida mag hij ook op het internaat komen, waardoor er meer controle op hem is. Op het internaat zitten voornamelijk kinderen van Europese ouders en een enkele zoon van een inlandse regent. Oeroeg past hier niet tussen. Op de MULO heeft hij minder problemen: daar zitten vooral halfbloeden. Alleen de ik'-figuur gaat op voet van gelijkheid met Oeroeg om.
Na de MULO gaat Oeroeg inderdaad voor arts leren in Soerabaja, aanvankelijk met een beurs, maar later weer op kosten van Lida. In Soerabaja krijgt Oeroeg politieke interesses, waarna hij zich tegen de Nederlandse overheersing en het dom houden van de man in de dessa keert. Oeroeg, die nooit erg aardig voor Lida was geweest en altijd haar zorg voor gewoon had aangenomen, is nu trots op haar: ze werkt in een inlands ziekenhuis als verpleegster en leert Javaans.
De ik'-figuur gaat voor zijn ingenieursopleiding naar Delft, waar hij tijdens de tweede wereldoorlog studeert. Na zijn studie neemt hij een baan in zijn geboorteland en gaat terug. Dit gaat samen met het begin van de politionele acties. Tijdens een bezoek aan zijn geboortestreek komen alle herinneringen weer boven. Ook gaat hij naar dat geheimzinnige meer Telaga Hideung. Opeens staat er een inlandse strijder voor hem, waarin hij Oeroeg meent te herkennen. Het enige wat deze tot hem zegt is 'Ga weg, je hebt hier niets te zoeken'. Oeroeg verdwijnt en de ik'-figuur blijft met lege handen achter. Hij komt tot de conclusie dat Oeroeg net is als het meer: ‘ Ik kende hem als een spiegelende oppervlakte. De diepte peilde ik nooit.’

Thema
Het thema van het boek is de vriendschap tussen de hoofdpersoon Oeroeg. 
Als jongetjes zijn ze beste vrienden, maar naarmate ze ouder worden, veranderd dat. Ze zijn zich meer bewust van de verschillen tussen elkaar. Oeroeg wordt zich bewust van de politieke situatie in het land (de Nederlanders die de baas zijn) en hij kijkt daardoor anders tegen de hoofdpersoon aan.

Motieven
Een belangrijk motief in het boek is bewustwording. Als de jongens klein zijn, vinden ze heel veel dingen gewoon. Ze zijn vrienden en ze letten nog niet op hun verschillen. Naarmate ze ouder worden, vallen die verschillen ze langzamerhand wel op. Zo is de een Belanda (Nederlander) met rijke ouders, terwijl de ander een arme inlander is. Ze worden zich ervan bewust dat hun vriendschap helemaal niet zo vanzelfsprekend is, zoals ze het altijd zagen.
Een ander motief is Telaga Hideung. Het is een meer in de buurt, waar ze spookverhalen over horen, wanneer ze nog jong zijn. Volgens de verhalen is het een geheimzinnige plek met demonen. Op deze plaats heeft Oeroeg zijn vader verloren en op deze plaats ontmoeten Oeroeg en de hoofdpersoon ook elkaar voor de laatste keer.

Hoe gaan de personages om met hun problemen
De hoofdpersoon
De hoofdpersoon probeert om te gaan met zijn problemen. Zo voelt hij zich ontzettend schuldig over de dood van de vader van Oeroeg. Hij heeft het idee dat het zijn fout is en dat kwelt hem heel erg. Hij vlucht er niet voor weg en laat het ook niet gelaten over zich heen komen.

Oeroeg
Als Oeroeg jong is laat hij alles min of meer gelaten over zich heen komen. Zo is hij zich bewust van zijn lagere komaf en hoe zijn toekomst er uit zou zien, maar hij lijkt zich daar geen zorgen over te maken. Ook als zijn vader overlijd, toont hij niet erg veel emoties. Hij ondergaat het allemaal op een rustige manier.

Stromingen
Omdat de hoofdpersoon met z’n problemen probeert om te gaan en omdat het het leven van de alledag laat zien, bevat dit boek elementen van de stroming Realisme. Het geeft een realistische kijk op de Nederlandse bezetting in Indonesie. Verder geeft het een goede indruk van de problemen en gebeurtenissen uit niet alleen de hoogste milieus. Er wordt veel verteld over het leven van Oeroeg.

Daarnaast bevat het boek ook kenmerken van de Romantiek. Gevoelens worden uitgebreid besproken zoals wanneer de hoofdpersoon te horen krijgt dat de vader van Oeroeg is dood gegaan.

"Een grotere ramp had mij niet kunnen treffen. Het meest drukte mij het besef dat Deppoh was omgekomen terwijl hij naar mij zocht. Op alle uren van dag en nacht benauwde mij het verschrikkelijke visioen van zijn lichaam, worstelend tussen taaie, kleverige stengels. Herhaaldelijk werd ik gillend wakker uit mijn slaap."

Verder gaat Oeroeg wel rustig om met zijn emoties, maar er vindt een omslag plaats wanneer hij politieke interesses begint te krijgen. Vanaf dat moment uit hij niet alleen zijn onvrede over de maatschappij en de Nederlandse overheersing, maar hij gaat ook strijden voor een beter leven. Hij vlucht weg voor zijn oude leven, het leven van alle inlanders.
Dat zijn twee kenmerken van de Romantiek. Het gevoel van onvrede over de samenleving en  het verlangen om te vluchten uit het heden.
Daarnaast speelt het verhaal zich af in een land ver weg van Nederland. Tijdens de Romantiek was er grote interesse voor verre vreemde oorden en in het boek Oeroeg worden uitgebreide beschrijvingen gegeven van het exotische Indonesie.
Er is veel ruimte in het boek voor de beschrijvingen van het landschap van Indonesie.De wildernis speelt een belangrijke rol in het verhaal. De herinneringen van de hoofdpersoon gaan veelal over hoe hij zijn jeugd doorbracht in de natuur.

Ruimte
De ruimte heeft een belangrijke rol in het verhaal. Het speelt zich af in Nederlands-Indië en dat geeft een exotische sfeer. Het is voor veel mensen onbekend is hoe het er daar aan toe ging.
Ook is de ruimte belangrijk voor het contrast tussen de vrienden. De hoofdpersoon groeit dan wel op in Indonesië; hij blijft een blanke Nederlander. Het verschil met de gekleurde Oeroeg, die oorspronkelijk uit Indonesië komt, is hierdoor erg groot. Daar draagt dit buitenlandse decor aan bij.
Het verhaal geeft ook de invloeden van de Indonesische achtergrond weer op de hoofdpersoon. Het Nederlandse jongetje wordt door zijn Indonesische vriend Oeroeg in van alles beinvloed.

Mijn mening
Het boek Oeroeg vond ik zeker de moeite waard om te lezen. Het schetst een goed beeld van de periode dat de Nederlanders daar de baas waren en ook bekeken vanuit het oogpunt van de inlanders.
Verder is het mooi beschreven, dat je een deel van het boek leest waarin de hoofdpersoon een kind is. Zo zie je de wereld door hele andere ogen.
Hella Haasse is er goed in geslaagd, om het onderwerp van meerdere kanten te belichten. Voor de hoofdpersoon (en jijzelf) zijn veel dingen vanzelfsprekend, maar doordat Oeroeg in het verhaal voorkomt, krijg je een ander besef. Zo lees je ook het standpunt van een Indonesiër over de bezetting van zijn land.
Verder is het knap dat je een verhaal zo kan laten spreken, terwijl het zich heel lang geleden afspeelde. Want ook al kijk je anders tegen sommige zaken aan dan zoals ze in het boek voorkomen, je begrijpt de standpunten wel. Je bent het niet met alles eens, maar je kan je wel inleven in de situatie.
Dit komt ook door het niet moeilijke taalgebruik. Het is geen spreektaal, wat heel vervelend leest. Maar het zijn geen lange zinnen en bijna geen moeilijke woorden. Daardoor lees je het boek snel uit. Ik zou iedereen aanraden om dit boek te lezen.

Bronnen (samenvatting gebaseerd op)