maandag 21 januari 2013

Boekverslag Dorp aan de Rivier, Florine Bekkering 6


Dorp aan de rivier
Anton Coolen
Nijgh h & van Ditmar
Eerste druk 1934, juni 2007
231 bladzijdes
ISBN 9038890095

Streekroman

Samenvatting
Deze streekroman vertelt het verhaal van de bewoners van een het dorpje Lith langs de Maas. Antiheld is de plaatselijke dorpsdokter Tjerk van Taeke, die zich al jarenlang met hart en ziel inzet voor de gezondheid van zijn dorpsgenoten. Maak deze man echter niet kwaad, want dan komen er problemen. Andere personages zijn de stroper Cis de Dove, de niet erg snuggere boer Piet den Oudendijk en de aan syfilis lijdende vrouw Mammeke.

Kenmerken Streekroman.
In dit boek wordt de wereld niet veel groter weergegeven dan het dorp Lith. Bij sommige zaken moet er van hogerehand worden ingegrepen. Dan wordt Den Bosch wel genoemd, maar deze stad wordt verder buiten beschouwing gelaten.
Voor de dorpelingen speelt de wereld zich af binnen een straal van 30 km, de nadruk van het boek ligt op de eigen omgeving. De omgeving in dit boek wordt eigenlijk aangegeven aan de hand van tot waar de dokter zijn praktijk heeft.
Hij is de dorpsdokter, dus iedereen die zijn patient is hoort nog bij het dorp.
Dingen of mensen van buiten daar moeten ze niet zo veel van hebben (zoals de plaatsvervangend dokter uit de stad)
De dorpse sfeer speelt door heel het boek heen. Het ons kent ons gehalte is zeer hoog, iedereen in het dorp houdt elkaar goed in de gaten.
Er worden ook verhalen verteld in het boek die in Lith al generaties lang rondspoken. Zoals het verhaal van de achthonderjaar oude snoek.
Zo geeft ‘Dorp aan de rivier’ goed weer hoe het in een dorp eraan toe gaat.

Mijn Mening
Het is aan het boek te merken dat het in een andere tijd speelt. Toch bevat het verhaal soms verrassende elementen. Het algehele verhaal is misschien dan wel voorspelbaar, er gebeuren toch nog onverwachte dingen.
Het boek is niet moeilijk om te lezen, maar het is niet een boek wat je niet kan wegleggen omdat het te spannend is. De gebeurtenissen zijn aardig beschreven, maar het verhaal grijpt niet meteen je aandacht. Toch is het leuk om een iets ouder boek te lezen.

Samenvatting
http://www.canonbrabantseletteren.nl/uw-recensie/dorp-aan-de-rivier-doorstaat-tijd-niet

donderdag 3 januari 2013

Boekverslag Rituelen, Florine Bekkering 6


Rituelen
Cees Nooteboom
De Bezige Bij
Eerste druk 1980, vierentwintigste druk 2010
147 bladzijdes
ISBN 9789491041181

Psychologische roman

Samenvatting
Het boek is verdeeld in drie delen.
1. Intermezzo (1963):
Inni leefde van geërfd geld, handelde af en toe in schilderijen, schreef de horoscoop in het Parool en volgde de beurs op de voet. Acht jaar geleden had hij Zita ontmoet tijdens een fototentoonstelling. Inni hield erg veel van haar, maar ging ook vreemd. Zita raakte zwanger, maar omdat Inni erg bang was voor veranderingen, had ze het laten weghalen. Zo begon de vervreemding tussen hen beiden. In 1963 leerde Zita een Italiaan kennen, die een foto van haar maakte voor het blad Taboe. Zita bleef nog een tijdje bij Inni, omdat ze zijn angst voor chaos kende. Maar op een dag in november vertrok met haar minnaar naar Italie.
Inni probeerde zelfmoord te plegen zoals hij dat zelf in de horoscoop voor de Leeuw, zijn sterrenbeeld, had voorspeld, maar het mislukte. De dag erna las hij in de krant dat de koersen op de beurs zakten, omdat Kennedy was vermoord. "Er waren verwarde tijden op komst."

2. Arnold Taads (1953):
In het begin van de jaren '50 woonde Inni in Hilversum op kamers in een groot koloniaal huis. In de lente van 1953 kwam zijn tante Therese op bezoek, die hem mee nam naar Arnold Taads, haar vroegere minnaar. In Taads huis heerste een orde die angstaanjagend was. Tijd was voor Arnold Taads de vader van alle dingen. Ze maakten een wandeling waarbij Taads over skiën vertelde, over zijn haat jegens de wereld, over zijn afvallen van het geloof en over Sartre's existentialisme. Daarna vertelde Taads over de Wintrops, die volgens hem twee kwalen hadden: ze kenden geen grenzen, en ze weigerden te lijden. 
Een paar dagen daarna gingen Arnold Taads en Inni een weekend op bezoek bij tante Therese. Taads zou regelen dat tante Therese Inni voortaan geld zou geven, zodat hij niet meer naar kantoor hoefde. Behalve Inni, Arnold Taads en tante Therese waren ook de oom en monseigneur Terruwe, geheim kamerheer van de Paus, aanwezig. Er ontwikkelde zich een discussie over de Kerk en God. Terruwe sprak volgens de dogmatiek van de Kerk. Taads noemde zich collega van al het bestaande. De discussie liep uit op een huilbui van tante Therese en een valpartij van de oom. 
Dat weekend werd Inni verliefd op het dienstmeisje Petra. In de jaren die volgden zag Inni Arnold Taads nog regelmatig. Elke winter ging Taads naar Zwitserland om te skiën. Daar stierf hij in de winter van 1960, precies zoals hij het Inni eens beschreven had.
3. Philips Taads (1973):
Inni was nu veertig jaar. Na Zita had hij een verhouding met een actrice gehad, maar nu woonde hij alleen. Op een junidag, de dag dat hij Philip Taads zou ontmoeten, zag hij drie duiven: de dode, de levende en de verdoofde. De dode duif had hij samen met een meisje begraven, waarna hij met haar naar bed ging. Daarna ging Inni naar Bernard Roozenboom, een handelaar in kunst. Inni liet hem een ets zien, die Roozenboom herkende als een Balduindi. Inni had ook nog een Japanse prent, maar daarmee moest hij naar Riezenkamp gaan. Daar leerde Inni Philip Taads kennen, die voor de etalage naar een raku-kom stond te kijken. Inni ging met Philip mee naar zijn kamer. Philip vertelde dat hij een droom had: hij wilde zichzelf verlossen. Het benauwde Inni allemaal; hij wilde niet met lijden geconfronteerd worden. Toch bezocht hij Philip Taads in de volgende jaren regelmatig. 
Vijf jaar later belde Riezenkamp Inni op met de mededeling dat hij een klassieke raku-kom op de kop had getikt. Philip Taads zou komen kijken. Taads kocht de kom voor veel geld, en nodigde Riezenkamp en Inni een tijdje later uit voor de theeceremonie. Taads voerde in een volkomen stilte allerlei handelingen uit die tot de theeceremonie behoorden. Inni moest aan het laatste avondmaal denken. Na uit de kom gedronken te hebben, liet Philip Taads hen uit zonder iets gezegd te hebben. Drie weken later werd Inni opgebeld door de hospita van Taads. Samen met Riezenkamp ging hij naar Taads kamer. Daar lag de raku-kom in scherven op de grond. Een paar dagen later bleek dat Philip Taads zich verdronken had.

Verwachtingen
De enige voorbereiding die ik voor het lezen van het boek getroffen had, was het lezen van de achterkant. Daar werd het beschreven als
‘Een boek dat gestaag gegroeid is naar de status van moderne klassieker. Rituelen heeft een belangrijke rol gespeeld bij de internationale doorbraak van de Nederlandse literatuur.’

Motief en thema
Een belangrijk motief is de tijd. Het boek is verdeeld in drie tijdsbestekken van elk 10 jaar. Voor Inni is de tijd moeilijk bij te benen, hij wordt ouder en de wereld om hem heen blijft veranderen. Daar heeft hij geen grip op, de tijd is moeilijk voor hem te omvatten.

“Het is een eigenaardigheid van tijd, dat hij later zo compact lijkt, een ondeelbaar massief voorwerp, een gerecht met maar een geur en een smaak.” (blz. 17)

Arnold Taads ziet de tijd als houvast, hij houdt een strak schema aan en wijkt daar niet vanaf. Dit is zijn manier van bestaan, van overleven.

“In de jaren die volgden zag hij Arnold Taads regelmatig, altijd volgens hetzelfde ritueel, wandeling, leesuur, goulash, altijd in dezelfde bittere atmosfeer van zelfopgelegde, dodelijke eenzaamheid, die verergerd werd door een toenemende, maniakale slapeloosheid.” (blz. 87)

Zo heeft hij wel grip op zijn tijdbestedingen, maar ook op de tijd kan hij geen vat krijgen.
Een ander motief is schikking en dan met name zelfbeschikking.
Inni heeft niet een alledaagse levensstijl. Hij vult zijn dagen hoe hij dat zelf wil omdat hij niet hoeft te werken. Hij rommelt een beetje aan en beschikt daar zelf over. Als daar plotsklaps een einde aan lijkt te komen door het vertrek van zijn vrouw, probeert hij zichzelf van het leven te beroven. Hij kiest hier dus weer voor zijn eigen pad.

Het thema in het boek is zoals de titel al doet vermoeden, rituelen. Op Inni hebben de rituelen van vroeger in de kerk indruk achter gelaten. Hij geloofde niet in God maar hij had wel het klooster in gewild, uitsluitend voor de theatrale, uiterlijke kant. Het fascineerde hem dat voor de kloosterlingen, de rituelen wel diepere betekenissen hadden.
Inni aanschouwt ook de rituelen van Arnold en Philip. De theeceremonie van Philip die hij mag bijwonen interesseert hem zeer, maar de betekenissen van de handelingen kent hij niet.
Bij Inni gaat het bij rituelen om de uiterlijke vorm, de uitvoering. Op het moment dat hij een duif begraaft, gat graven duif er in, is hem dat te doen om het ritueel er van. Niet zozeer om de duif een laatste rustplaats te geven.

Eindbeoordeling
Dit boek komt op mij over als een boek met een diepere gedachte, maar voor mij is die niet geheel duidelijk. Het voelt aan alsof het zou willen aanzetten tot dieper nadenken, maar ik weet niet goed waarover. Misschien omdat het niet een duidelijk verhaal bevat. Het is eerder de beschrijving van het leven van Inni Wintrop over het bestek van 20 jaar. Dat is ook wat het maakt tot een boek waar je niet snel inkomt met lezen. Het is geen verhaal maar een beschrijving, daarom doet de schrijver geen extra moeite om spanning te creëren, dat is niet nodig. Desondanks vond ik het de moeite waard om te lezen, zeker omdat Nooteboom mooi gebruik maakt van de taal.

“Buiten begonnen auto’s te toeteren. Ergens zat een vrachtwagen vast, en de mensheid, die nog niet zo lang geleden met een elegante sprong naar de maan was gevlogen, uitte haar ongenoegen met de woedekreten van een orang-oetan die geen banaan kan vinden.” (blz. 125)


Samenvatting: http://www.cyberschool.nu/school/boekverslagen/nederlands/noteboom_rituelen.html

maandag 31 december 2012

Boekverslag Eline Vere, Florine Bekkering 6

Eline Vere
Louis Couperus
Uitgeverij L.J. Veen
Eerste druk 1987, veertiende druk 2009
538 bladzijdes
ISBN 9789491041150

Naturalistische Roman

Samenvatting
De roman speelt zich voor een groot deel af in de Haagse “coterie” aan het eind van de vorige eeuw. Een vaste kring van mensen uit dezelfde hogere klasse maakt visites bij elkaar, geeft een dineetje of een soirée, gaat naar de opera of naar het Kurhaus in Scheveningen.

Eline Vere woont bij haar zus Betsy, die getrouwd is met Henk van Raat; ze hebben een zoontje, Ben, die wat achterlijk is. Henks moeder, de oude mevrouw Van Raat (Dora) heeft na het overlijden van haar man een eenzame oude dag. Haar zoon Paul, die bij haar woont vormt een vrolijk clubje met zijn nichtjes Lili en Marie Verstraeten en de twee jongste telgen van de adellijke familie Van Erlevoort: Etienne en Frédérique. Aan het grote huis aan het Voorhout woont de weduwe Van Erlevoort met de twee genoemde kinderen en haar zoon Otto en dochter Mathilde, De oudste zoon, Théodore, woont op het Gelderse familielandgoed de Horze, zomers komt de hele familie daar bijeen.
De gebeurtenissen in de roman spelen zich voor een belangrijk deel af in de huizen van bovengenoemde families.
De roman begint op een avond in november. Eline is niet met haar zuster en zwager meegegaan naar de verjaardag van de heer Verstraeten, wiens kinderen en vrienden prachtige tableaux vivants opvoerden. Eline is in een melancholieke bui, wat wel vaker voorkomt. Ze is ontevreden met haar doelloze, nutteloze bestaan. De volgende dag voelt Eline zich opgeknapt. ‘s avonds gaan Eline, Betsy en broer en zus De Woude naar de opera. Er zingt een nieuwe bariton: Théo Fabrice. Eline probeert de anderen niet te laten merken dat ze nogal onder de indruk is van zowel de opera als de zanger. 
Eline koestert haar geheime hartstocht voor Fabrice. Ze droomt al van een opwindend leven aan zijn zijde. Ze gaat zo vaak mogelijk naar de opera en verzamelt plaatjes met zijn portret. Aan haar liefde komt abrupt een eind als ze hem zonder de flatteuze operakleding ziet optreden tijdens een concert. Elines teleurstelling is hevig, maar ze heeft niet lang de tijd verdrietig te zijn, want op een voorjaarsdag vraagt Otto van Erlevoort haar zijn vrouw te worden. Eline twijfelt: ze vindt Otto erg sympathiek, maar ze voelt geen hartstochtelijke liefde voor hem. Tijdens een avondje met enkele intieme vrienden voelt ze zich echter gedreven door een onzichtbare macht en ze stemt toe in een huwelijk. Vanaf dan voelt ze zich steeds rustiger en gelukkiger worden. In de zomermaanden die ze met Otto op de Horze in Gelderland doorbrengt, bereikt haar geluk een hoogtepunt. Ze voelt zich gezonder, vrolijker, oprechter en meer zichzelf dan ooit te voren.. Op een nacht huilt Eline van geluk en ze bidt tot God dat het altijd zo mag blijven. Later noemt ze dit het keerpunt; de gedachte dat het mogelijk een keer afgelopen zou zijn met haar geluk, zaaide een kiem van twijfel, die niet meer weg zou gaan.
Weer thuis komt Otto bijna elke avond dineren. Op een dag wordt Elines neef Vincent ernstig ziek. Eline verpleegt hem in de weken daarna zorgzaam. Ze vindt Vincent eigenlijk een interessanter persoon dan Otto. Voor Otto voelt ze af en toe onverschilligheid, wat ze wanhopig probeert tegen te gaan: ze hield op de Horze zo innig veel van hem! Op een avond maakt ze met Betsy ruzie over Vincent en daarna vaart ze driftig uit tegen Otto: ze wordt dol van zijn eeuwige kalmte. Otto koestert nog hoop, maar na enige tijd schrijft Eline hem een brief waarin ze het uitmaakt. Ze voelt dat als haar plicht, omdat ze hem nooit gelukkig zal kunnen maken. Oom Daniël Vere komt Eline opzoeken en vraagt of ze met hem en zijn jonge vrouw Elize die winter op reis wil gaan. Eline stemt toe; ze ziet Parijs, Nice, Spanje, Bordeaux en woont ook een tijdje bij hen in Brussel. Pas na anderhalf jaar komt ze terug in Den Haag, moe van het opgeschroefde leventje met haar oom en tante. Ze is sterk vermagerd en heeft iets schichtigs en nerveus over zich gekregen. Ze eet weinig, drinkt veel, en heeft aan haar kou een naar hoestje overgehouden. Dokter Reijer constateert het begin van longtering. Hij vertelt de oude mevrouw Van Raat, bij wie Eline haar intrek heeft genomen, dat het meisje niet alleen lichamelijk ziek is. Hij hoopt dat mevrouw Van Raat met haar goede zorgen de geknakte bloem weer zal doen opbloeien. De oude vrouw is blij eindelijk weer een doel in haar leven te hebben, maar na een tijdje ziet ze in dat ze Eline niet kan helpen. Eline voelt zich een ruïne, van binnen en van buiten. Ze heeft haar geluk moedwillig weggegooid (de brief aan Otto) en kan nooit meer gelukkig worden. Ze verafschuwt het nutteloze leven en de huichelarij van de mensen.
Tot beider spijt vindt Eline bij mevrouw Van Raat niet de rust die ze gehoopt had en ze vertrekt weer naar Brussel, waar ze met oom Daniël en tante Elize naar allerlei dubieuze feesten gaat. Op een dag in december komen Vincent en zijn vriend Lawrence St. Clare, die samen een grote reis gaan maken, Eline, oom en tante opzoeken. Eline voelt grote sympathie voor de kalme, oprechte en wilskrachtige St. Clare, die haar aan Otto doet denken. Na enkele ontmoetingen vraagt St. Clare haar zijn vrouw te worden; hij is vast van plan haar weer lust in het leven te geven. Wanhopig weigert Eline en vertelt van Otto, die ze ongelukkig heeft gemaakt en die altijd tussen hen in zal staan. St. Clare vraagt haar om niet ondoordacht voor de tweede keer haar geluk weg te gooien en hem pas te antwoorden als hij over vijf maanden terugkomt van zijn reis. Ze gaat weer terug naar Den Haag, waar ze haar intrek neemt in een pension. Ze slikt regelmatig druppels morfine ter bestrijding van baar slapeloosheid. De morfine helpt niet erg en in haar half doorwaakte nachten wordt Eline gekweld door nachtmerries. Overdag voelt ze een matheid en een dofheid in haar hoofd die haar verhinderen goed door te denken over allerlei dingen. Ook haalt ze steeds vaker herinneringen door elkaar en verwart ze Otto en St. Clare. Soms zingt ze koortsachtig gedeelten uit een opera en verbeeldt ze zich dat ze actrice is. Ze is bang dat ze gek aan het worden is. Op een avond ziet ze zo tegen een slapeloze nacht op, dat ze een te grote dosis morfinedruppels neemt. De volgende dag wordt ze dood in haar kamer gevonden.

Verwachtingen
Dit dikke boek sprak mij na het lezen van de flaptekst niet meteen aan, voornamelijk omdat ik het me voorstelde als een doorsnee boek over het leven van een verwend meisje. Ik betwijfelde of het me 500 pagina’s zou kunnen boeien.
Mijn verwachting was dat het een beschrijving was van het leven van een Haags meisje en haar zoektocht naar een goede partij om mee te trouwen. In de flaptekst werd gesproken over ‘haar angst voor de werkelijkheid’ waardoor zij ‘zich verliest in dromerijen, waarna de angst alleen maar verhevigd terugkomt.’ Hier kon ik geen beeld van vormen en was daarom benieuwd naar de invulling die de schrijver daaraan zou geven.

Motief en thema
Een motief is milieu. De luchtige toon van het boek afgewisseld met serieuzere stukken, is een mooie vormgeving voor het milieu waarin de personages zich bewegen. Zelf vinden ze dat ze druk bezig zijn en veel te doen hebben, maar eigenlijk is het heel leeg. Op de vele feestjes en bijeenkomsten praten ze alleen maar over elkaar en hoe iedereen eruit ziet. Het is een mooi omhulsel waar niks inzit. Couperus geeft een mooi doorkijkje hun wereld zonder het te idealiseren. Hij probeert het zo te weergeven als het er werkelijk aan toe zou gaan.

Een ander thema is wispelturigheid. Eline wisselt continu van wat ze wil en hoe ze wil zijn. Voor de lezer is het moeilijk bij te benen om te snappen wat er dan weer aan de hand is, maar het lijkt soms ook alsof Eline dat zelf nauwelijks kan bevatten.

“Want zij wilde voortaan droef stil en moe zijn; zij zou zich voortaan niet meer opschroeven tot eene schitterende vrolijkheid, zoals zij onder die vreemden had moeten doen, zoals, nog een paar dagen te voren.” (blz. 367)

Hier spreekt ze van haar keuze om niet meer opgewekt te zijn, terwijl twee bladzijdes later ze weer zichzelf schijnt te zijn bij het weerzien van een oude vriendin.

Hartstochtelijk omhelsde Eline haar en zij verborg heur gloeiend kopje aan mevrouwtjes borst.
- O, daar moet u niet op letten! Ik ben wat moe van de reis; ik ben wat bleek, zeker? U zal het zien, zodra ik eenigen tijd bij u ben, zie ik er weer gezond en frisch uit... u zal het zien! Zij lachte mevrouw toe door hare tranen en zij kuste haar steeds, nu hare wang, dan hare oude gerimpelde hand.” (blz. 369)

Het thema in het boek is noodlot. In de Haagse kringen uit die tijd lijkt iedereen aan hetzelfde noodlot te worden onderworpen. Het vervullen van een verwachtingspatroon dat de oudere generatie heeft. Eline is hier eerst zelf ook erg mee bezig, ze besteed veel aandacht aan haar uiterlijk vertoon en wil door iedereen aardig gevonden worden.

 Maar haar stemming slaat vaak om, dan is ze ineens niet meer tevreden met haar simpele leventje en wil ze niet meer. Ze vecht tegen haar eigen noodlot, ook al kan ze hier niet aan ontkomen.

Ruimte
De roman speelt zich grotendeels af in de Haagse kringen van de gegoede middenstand. De feestjes en dineetjes wisselen elkaar af en Elines zenuwachtigheid komt duidelijk naar voren. Ze verveelt zich snel en is wispelturig. Na haar verloving met Otto brengt ze een zomer door op het Gelderse platteland. De rust en de liefelijke omgeving hebben duidelijk invloed op haar welzijn. Het contrast van de drukke stad en het rustige platteland is dus duidelijk te merken in de verandering van karakter van Eline.
Als ze daarna ook nog eens op reis gaat met haar oom en tante, komt ze helemaal uitgeput en in de war terug van deze onrustige tijd.
Voor Eline is een verandering van ruimte in het boek ook een verandering voor haar persoonlijkheid en haar gemoedstoestand.

Naturalistische kenmerken
Het boek van Couperus bevat veel naturalistische elementen.
Erfelijkheid speelt een belangrijke rol. Vaak wordt beschreven hoe Eline lijkt op haar vader en haar zus Betsy lijkt op hun moeder. De eigenschappen van deze ouders zetten zich voort in hun kinderen.
Elines vader was al vroeg gestorven en de geschiedenis herhaalt zich. Het is, lijkt het wel, erfelijk bepaalt.
Verder is de hoofdpersoon Eline Vere een nerveus, zwak persoon. Ze is zeer dromerig en verliest zichzelf nogal eens in haar eigen fantasieën, waardoor ze het voor zichzelf soms lastiger maakt en uiteindelijk haar verlangens niet worden bevredigd.
Daarnaast is de hoofdpersoon Eline gelijk aan de alledaagse mens. Ze staat er niet boven.
Verder speelt, naarmate het verhaal vordert, de ontnuchtering van de hoofdpersoon een belangrijke rol.
In het begin is Eline nog heel erg bezig met haar uiterlijk en presentatie. Ze denkt enkel aan oppervlakkigheden. Ze is veel bezig met wat anderen van haar denken en hoe ze overkomt op mensen. Aan het einde van het boek, vindt ze dat volstrekt niet meer interessant en maakt het haar niet meer uit hoe ze er uit ziet. Ze is sterk vermagert en geeft niet meer om kleding. Daarnaast gedraagt ze zich niet meer volgens de normen van wat sociaal wenselijk is, het maakt haar niet meer uit wat mensen van haar denken.

Eindoordeel.
Het is een dik boek en ik kwam er niet makkelijk doorheen. De schrijver neemt de tijd om het verhaal op te bouwen en dat was voor mij de reden dat het niet altijd even interessant over kwam. Zeker het begin van het boek is ingewikkeld met veel personages maar verder gebeurt er vrij weinig.
Daarnaast kon ik me niet goed inleven in de hoofdpersoon. Haar gedachtegang was soms moeilijk te volgen en ook zeer verschillend.
Je moet goed weten waar je aan begint als je dit boek zou willen lezen en het is makkelijk om halverwege op te geven. Dus ik zou het niet aan iedereen aanbevelen, maar misschien is dat ook wel weer een deel van de charme, dat het niet voor iedereen is weggelegd.


Samenvatting: http://www.scholieren.com/boekverslag/60853

zondag 10 juni 2012

Boekverslag Het achterhuis, klas 4

Het Achterhuis
Anne Frank
Uitgever: Bert Bakker, Amsterdam
Eerste uitgave 1947
ISBN 978 90 351 2757 9
303 bladzijdes


Samenvating Het Achterhuis
In juni 1942 krijgt Annelies Marie Frank voor haar 13e verjaardag een dagboek cadeau van haar ouders. Op dat moment woont ze nog in een gewoon huis in Amsterdam. De familie Frank bestond uit Edith Frank, haar man Otto en hun twee dochters Margot en Anne. Margot is de drie jaar oudere zus van Anne.
Op het begin beschrijft Anne hoe haar gewone leven er uit ziet, dit alles schrijft ze op in haar dagboek, dat ze Kitty noemt. Ze doet alsof Kitty een fictieve vriendin is, zodat ze alles aan haar kan toevertrouwen.
Ze vertelt over alles wat ze zelf beleeft, maar ook over de oorlog en wat voor invloed dat op haar heeft en het leven van de familie. Op 6 juli 1942 is het te gevaarlijk geworden voor de familie Frank en ze besluiten onder te duiken. Otto was hoofd van het bedrijf Opekta, dat vruchtenpoeder maakte. Het hoofdkantoor van dit bedrijf was gevestigd op de prinsengracht. Achter dat huis stond nog een huis, het achterhuis. Daar besloot de familie Frank onder te duiken.
7 dagen nadat de familie Frank zich daar heeft gevestigd, komt er nog een familie bij, de familie van Daan (in het echt heetten ze van Pels). Mijnheer en mevrouw van Daan hadden een zoon, Peter van Daan is 3 jaar ouder is dan Anne. Ze beschrijft hem als “een tamelijk saaie en verlegen slungel van nog geen zestien jaar, van wiens gezelschap niet veel te verwachten is”. Ze vindt het echter wel leuk dat er een andere famile is, zodat er een beetje afleiding is. Want op het begin is het nog allemaal nieuw en spannend, maar na een tijdje beschrijft ze, hoe verschrikkelijk het is om niet naar buiten te kunnen. Op 16 november datzelfde jaar, komt er nog een onderduiker bij, Dr. Dussel. Hij neemt zijn intrek op dezelfde kamer als Anne. Ze kunnen niet erg goed opschieten, omdat Dr. Dussel erg ouderwetse ideeën heeft over de opvoeding.
In haar dagboek beschrijft Anne openhartig al haar gevoelens tegenover de mensen met wie ze samenwoont. Ze beschrijft de spanningen, de irritaties, de ruzies en de gesprekken. Ze noemt meerdere keren dat ze later graag schrijfster wil worden en misschien wel haar dagboek wil uitgeven.
In het achterhuis golden strikte regels, overdag zo stil mogelijk en alleen op bepaalde uren naar het toilet. Dit alles om te zorgen dat de mensen die niet van hun schuilen weten, hen niet ontdekken en ze niet verraden worden. Maar op 4 augustus 1944 stopt er een auto voor het huis en de onderduikers worden gearresteerd. Het is nooit bekend geworden door wie ze zouden zijn verraden.

Mijn mening
Het achterhuis vond ik een erg indrukwekkend boek. Het feit dat het echt is gebeurd, blijft de hele tijd in je achterhoofd rondspoken. Dit meisje heeft echt bestaan en je weet al voordat je aan het boek begint hoe het afloopt. Daarom leest dit boek anders dan alle andere boeken. Je leest hele persoonlijke dingen die zij beschrijft en dringt eigenlijk haar leven in. Haar droom om schrijfster te worden, haar mening over haar huisgenoten. Het is allemaal heel eerlijk beschreven en daar sta je elke keer weer bij stil. Dit is  gewoon een boek dat je gelezen moet hebben.

Boekverslag De aanslag, klas 4



De Aanslag
Harry Mulisch
Uitgever: De Bezige Bij
ISBN 9789461496669
Eerste druk 1982

Samenvatting De aanslag
Op een avond in Januari 1945 zit het gezin Steenwijk in de huiskamer, als ze plotseling schoten horen. Fake Ploeg, een NSB-er, is doodgeschoten. Zijn lijk ligt op de stoep bij de buren. Kort na de schoten komen de buurman en zijn dochter Karin naar buiten, en leggen het lijk voor het huis van Anton. Zijn broer Peter wil het lijk terug leggen maar de politie arriveert en Peter vlucht. Anton ’s huis wordt in brand gestoken en Anton en zijn ouders worden apart meegenomen. Anton brengt een nacht door in een politiecel. 
De volgende dag krijgt hij te horen dat hij bij zijn oom en tante mag gaan wonen.
Door hen wordt hij ook opgevoed. Hij heeft nooit meer wat van zijn ouders of broer gehoord totdat hem op een dag wordt verteld dat ze zijn doodgeschoten.
In 1953 gaat in Amsterdam op kamers wonen. In de stad is veel oproer en in die oproer komt hij op een dag Fake Ploeg jr tegen. Van hem hoort hij wat de dood van zijn vader voor zijn familie heeft betekent. Voor het eerst in een hele tijd denkt hij weer aan de aanslag. Over het algemeen stopt hij de herinneringen van de dag weg en wil hij niets meer van de oorlog horen.
Anton wordt weer aan de aanslag herinnerd op de begrafenis van een vriend van zijn schoonvader. Hij hoort een man de aanslag beschrijven en ook al wil hij het niet, hij vraagt hem verder over deze aanslag. De man blijkt een van de daders van de aanslag te zijn maar Anton kan niet boos op hem zijn.
Bijna aan het eind van zijn leven loopt hij mee met een grote demonstratie tegen atoomwapens. In de demonstratie komt hij zijn vroegere buurmeisje Karin uit Haarlem tegen. Eindelijk heeft hij de kans om te vragen waarom Karin en haar vader Fake Ploeg bij hun op de stoep hebben gelegd te hebben. Haar vader wou zijn hagedissen beschermen en daarom had hij besloten het lichaam te verplaatsen.

Mijn mening
Doordat je zelf (net als de hoofdpersoon) ook niet weet hoe het precies in elkaar steekt, wil je ook antwoorden op je vragen, waardoor je blijft lezen. Het boek is opgedeeld in stukken en speelt zich af over een grotere tijdsperiode, waardoor je het idee hebt dat er heel veel gebeurd. Ook al is het hoofdonderwerp van het boek die avond waarop de aanslag werd gepleegt, het verhaal blijft toch dynamisch door de andere gebeurtenissen.

Boekverslag Jacoba, Dochter van Holland, klas 4


Jacoba, Dochter van Holland
Simone van der Vlugt
Uitgeverij Anthos 2009 Amsterdam
ISBN: 978 90 414 15318
314 bladzijdes

Samenvatting
Het leven van Jacoba van Beieren (1401-1436) is kort en heftig. Rampspoed treft haar met de moord op haar verloofde Jean, beoogd koning van Frankrijk. Van koningin in spe, is ze plotseling weduwe in haar troosteloze hart en zonder huwelijkskandidaat. In een tijdperk waarin huwelijk en geboorte de machtsgrenzen bepaalden, is dit een persoonlijke én een politieke ramp. Toch: het kan altijd erger. Kort na de dood van haar geliefde wordt ook Jacoba’s vader ziek en sterft: Willem VI, hertog van Beieren, graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen. ‘Oorlog, pest en moordaanslagen konden hem niet vellen, maar een hondenbeet heeft een einde aan zijn gezondheid gemaakt,’ aldus Jacoba.Jacoba erft haar vaders titel en zijn macht, dit zeer tegen de zin van onder meer haar oom. De jonge gravin wordt een pion in een bitter spel dat wordt gespeeld met gif, dolksteken, verraad, stedenmoord en wisselende allianties. Machtige partijen staan hierbij tegenover elkaar: Hoeken en Kabeljauwen, maar ook Engelsen en Fransen. Met voor Jacoba, in het kamp der Hoeken, onder meer de erfvijandschap met van Arkel en van Egmond. 

Mijn mening
Het was een makkelijk boek om te lezen, waar je zo doorheen bent. Het is vlot geschreven vanuit de ik-persoon, maar dan vrij gedramatiseerd. Daardoor oogt het een beetje gekunsteld. Alsof de schrijfster je te graag wil doen laten geloven dat het echt Jacoba is, die aan het woord komt. Want het is opgetekend als de memoires van Jacoba, terwijl Simone van der Vlugt gewoon aan de haal is gegaan met haar levensverhaal.
Ze beschrijft de emoties en gevoelens van Jacoba tegenover andere mensen, maar zonder feitelijke achtergrond daarvan.
Als je nog op zoek bent naar een vakantieboek wat niet te zwaar op de maag ligt, zou ik dit zeker overwegen. Anders, zou ik nog even doorzoeken.

vrijdag 8 juni 2012

Boekverslag Het huis van de moskee, Florine Bekkering 5c



Het huis van de moskee
Kader Abdolah
Breda Uitgeverij De Geus
Eerste druk 2005, veertiende druk 2007
410 bladzijdes
ISBN 9789044507683

Psychologische roman

Samenvatting
Aga Djan in tapijthandelaar, hij is het hoofd van de bazaar in zijn woonplaats Senedjan. Hier woont hij met zijn hele familie in het huis van de moskee, de imam Alsaberi is zijn neef. Maar hij sterft al snel in het begin van het boek. Het nichtje van Aga Djan, Sediq trouwt met een jonge imam, Galgal. Hij heeft een opleiding afgerond in Qom, een stad dichtbij Senedjan. Na de dood van de imam van de moskee neemt hij de taak van imam op zich. Galgal is erg fel tegen de sjah van Iran en vlucht weg voor de politie nadat hij een preek heeft gegeven die een opstand veroorzaakte. Aga Djan en zijn familie zijn erg traditioneel. Aga Djan zorgt er dus voor dat de tradities behouden worden. Maar hij kan niet voorkomen dat Iran langzaam moderner wordt. De ayatollahs proberen dit wel te voorkomen. Ze willen de normen en waarden van de islamitische leer in stand houden, Galgal sluit zich bij hen aan. De groep wordt steeds radicaler, hun leider Khomeini wordt zelfs verbannen. Galgal, inmiddels een vertrouweling van Khomeini, gaat met hem mee. Dan wordt de sjah van Iran verdreven, Khomeini keert terug en grijpt de macht. Zo veranderd Iran in een ander uiterste, van heel vrij worden ze nu heel erg beperkt. Niemand durft meer vrijuit te praten omdat ze opgepakt worden als ze het geloof niet goed uitoefenen. Galgal wordt een rechter van Allah, hij veroordeeld mensen ter dood als ze de regels niet volgen. Zo wordt de zoon van Aga Djan, Djawad wordt opgepakt en vermoord door Galgal. Zinat, de schoonzus van Aga Djan keert zich tegen de familie en sluit zich aan bij de ayatollahs. Ze verraad hun eigen familie en zorgt ervoor dat haar zoon Ahmad, de opvolger van de imam en de neef van Aga Djan wordt opgepakt. Maar later wordt ook Zinat zelf vermoord. Shabal, de opvolger van Aga Djan, zit bij een ondergrondse beweging en hij vermoord Galgal.

Verwachtingen
Toen ik in dit boek begon, wist ik er vrijwel niet waar het over ging. Ik verwachtte een boek dat een beschrijving zou geven van het gewone leven rondom een moskee. Een soort doorkijkje in een andere wereld, maar ik wist niet dat het over de Iraanse revolutie zou gaan.

Motief en Thema
Een motief in het boek is vernieuwing in de zin van veroudering. Bij een revolutie is er normaal gesproken sprake van drang naar vernieuwing. Hier is het juist het tegenovergestelde. Deze revolutie is gericht op Iran weer vormen zoals het lang geleden was, een staat waarin het geloof een belangrijke rol speelt. Ook de komst van nieuwe technologie speelt een rol. Mensen staan er nieuwsgierig tegenover, maar vinden aan de andere kant dat het eigenlijk niet hoort.
Het thema is het geloof, in dit geval de islam, en hoe de personages daar zelf tegenover staan. Vanzelfsprekend speelt het geloof in belangrijke rol in dit boek omdat het zich in en rond een moskee afspeelt. Door het hele boek heen komen mensen voorbij die het geloof weer op een andere manier beleven en uitoefenen. Ook al hebben ze allemaal hetzelfde geloof, iedere persoon heeft zijn eigen overtuigingen en twijfels. Bij de revolutie draait het geheel om het geloof. De ayatollahs willen de dictatoriale pro-westerse sjah af zetten en van Iran een islamitische republiek maken.

Beoordeling
Het is een goed geschreven boek, tussendoor wordt ook in mooie bewoording teruggeblikt op dingen die gebeurd zijn. Alsof er even bij wordt stilgestaan wat je allemaal hebt gelezen, wat dan vervolgens wordt betrokken op het stuk van het verhaal waar je op dat moment bent. Zoals op bladzijde 306:

“Nu zorgde de islam voor een ernstige breuk in de familie van Aga Djan.
De afgelopen acht eeuwen had het huis als eenheid, via de preekstoel van de moskee, tegen de vijanden van de islam gevochten. Maar voor het eerst stond de islam zelf als vijand tegenover de familie.”

Situaties
In het boek worden mooi vergelijkingen getrokken tussen situaties. Hoe het vroeger was en later is. Zeker aan het eind van het boek, als het leven van iedereen zo drastisch is veranderd en de verhoudingen tussen de inwoners van het huis en de stad zijn veranderd. Dan wordt vaak teruggegrepen op de vroegere situaties, om het contrast te weergeven.
Vertelperspectief: er wordt in het boek gebruik gemaakt van een alwetende verteller.
De toevoegingen in het verhaal die je als lezer tegenkomt, zijn niet per se noodzakelijk maar geven wel sfeer aan het boek. Zoals de beschrijving van vogels die over een meer vliegen waar het uit wraak vermoorde lichaam van Zinat ligt. 

Eindoordeel
Ik zou iedereen dit boek aanraden. Het boek heeft diepe indruk op mij gemaakt, de historische aspecten maken het verhaal soms bijna grillig, omdat je je realiseert dat er een waarheid achter schuilt. Door de vele personages en hun verhalen, is het ook geen saai boek om te lezen. Er gebeurt altijd wel wat. De realistische schrijfstijl leest vlot en er komen veel mooie uitdrukkingen in het boek voor. “het verhaal van het huis van de moskee is nog lang niet ten einde, maar het lijkt op het leven, iedereen moet ergens uitstappen.”

Samenvatting